Wat is inclusief onderwijs

Inclusief onderwijs, zo zien wij dat?

10 krachtlijnen vanuit Ouders voor Inclusie
Met deze 10 krachtlijnen willen we concreet maken hoe we vanuit Ouders voor Inclusie dit inclusief onderwijs bij onze kinderen het liefst zouden zien. De realiteit benadert niet steeds dit 'ideaal-beeld', dit spreekt voor zich. Maar met deze krachtlijnen formuleren we wat wij belangrijk vinden.

1. De ouders als eerste verantwoordelijken voor keuzes binnen het schoolgaan van hun kind.
De keuze van een school of onderwijs-omgeving dient gebaseerd te zijn op de zienswijze en het toekomstperspectief van de ouders en het kind zelf. Deskundigen en instanties horen de leerlingen en de ouders te begeleiden, te ondersteunen en te adviseren en niet in hun plaats te beslissen en hun mening op te dringen. Verder moet het ook mogelijk gemaakt worden dat ouders tijdens het schoolgaan van hun kind ten volle meebeslissen bij het formuleren van doelstellingen, de planning, de organisatie van de ondersteuning, de aanpak van problemen.

2. Inclusief onderwijs is leren en participeren.

Inclusief onderwijs is evenzeer gericht op het leren als op het participeren. Beiden zijn met elkaar verbonden als een kerndynamiek: men leert juist door te participeren en men participeert in het leren.
Kinderen met een handicap volgen het gewoon onderwijs niet om louter mee te doen zonder er iets van op te steken. Maar evenmin met de bedoeling dat het privé onderwijs wordt, los van de klas. Ze nemen deel aan het klasgebeuren en er wordt gewikt en gewogen wat ze best samen met de klas volgen, waar ze in aansluiting met de klas alleen aan werken en waar ze best eventjes apart buiten de klas aan werken.

3. Leren in de brede zin.
Er is niet enkel aandacht voor het cognitieve, maar voor een brede persoonsontwikkeling, met oog voor andere domeinen, zoals het sociale, het creatieve, ... Het succes wordt dan niet enkel afgemeten op de cognitieve ontwikkeling. Een uitval of achterstand op het cognitieve weerhoudt geen deelname of verdere deelname aan het geheel.

4. Inclusief onderwijs sluit aan bij de eigen leerlijn van het kind en overstijgt het vakjesdenken.
Bij inclusief onderwijs vertrekt men vanuit de diversiteit van de leerlingen. Ieder kind heeft, omwille van eigen mogelijkheden en moeilijkheden, zijn eigen leerlijn. Een kind met een uitgesproken handicap zal op heel wat punten verschillen van het 'gemiddelde' of de eindtermen. Dit is evenwel geen reden tot exclusie. Wanneer men oog heeft voor de eigen leerlijn en naar aansluitingspunten zoekt met de klasgroep, kan deelname aan het regulier onderwijs zeer zinvol en verrijkend zijn en blijven. In de praktijk wordt vaak met het team gewerkt aan een doelenplan, waarbij eigen doelen omschreven worden. Men kijkt naar de kleine stapjes vooruit en differentieert aldus (curriculum-differentiatie).
Dit uitgangspunt houdt meteen in dat het vakjesdenken opgegeven wordt. Daarmee bedoelen we dat kinderen niet op te delen zijn in categorieën van kinderen die wel of niet aan het gewoon onderwijs kunnen deelnemen.

5. De ondersteuning naar het kind en de klas brengen.
Inclusief onderwijs is niet 'dumpen' en hopen dat het lukt.
Om inclusie in het onderwijs een kans te geven is het nodig een ondersteuningsproces op te zetten dat de nodige aanpassingen en ondersteuning aanbrengt. Extra persoonlijke ondersteuning voor de leerling met speciale noden is soms aangewezen, maar dient goed ingepast te worden binnen een breder geheel van curriculum- en instructie aanpassingen, gebruik van hulpmiddelen en 'peer-support'.
Thans komt men, in heel wat situaties, er niet toe inclusief onderwijs op te zetten of aan te houden omwille van het tekort aan overdachte ondersteuning en coördinatie !

6. Inclusief onderwijs is teamwork.
Het is kenmerkend voor inclusief onderwijs dat er in plaats van één leerkracht een gans team betrokken wordt bij het schoollopen van een kind. Een goede afstemming en een vlotte samenwerking tussen alle betrokkenen is noodzakelijk om inclusief onderwijs waar te maken. Deze vorm van 'teamwork' vraagt een open opstelling van de klassenleerkracht, concreet ook de openheid om wat volk over de vloer te krijgen. Dit klinkt evident, maar het is wel een reële struikelblok voor sommige leerkrachten.

7. De klassenleerkracht houdt de touwtjes in handen.
De klassenleerkracht blijft, net zoals bij de andere leerlingen, de verantwoordelijkheid behouden voor de leerling met een handicap. Deze verantwoordelijkheid mag niet overgaan naar een persoonlijk begeleider of extra leerkracht of assistent. De persoonlijke begeleider dient juist het leerproces, dat de klassenleerkracht beheert, te ondersteunen. Hij of zij mag ook geen barrière vormen tussen het kind en de klasgenoten, maar moet juist de contacten bevorderen.

8. De inbreng van de medeleerlingen waarderen
Ondersteuning kan ook uit een onverwachte hoek komen, met name de medeleerlingen. Dit kan benut worden door klasgenoten in te schakelen in de zorg voor de medeleerling met een handicap. Het is opvallend dat het vaak de klasgenootjes zijn die aan nieuwe leerkrachten aangeven hoe best omgegaan wordt met hun 'inclusief' klasgenootje.

9. Inclusief onderwijs voor kinderen met een handicap als een zegen voor het onderwijs.

Wij willen hierbij de aandacht vestigen op de positieve aspecten van de aanwezigheid van kinderen met een handicap in een gewone school. Uit ervaring blijkt dat de participatie van die kinderen heel verrijkend is, zowel voor de leerkrachten als voor de medeleerlingen. De sociale vaardigheden die de klasgenoten van 'inclusie-kinderen' leren kunnen op geen andere manier zo goed aangeleerd worden !

10. Inclusief onderwijs als motor voor inclusief leven.
Inclusie in het gewoon onderwijs is de gangmaker voor inclusie in andere levensdomeinen. Wat er op onderwijsvlak gebeurt, krijgt dan ook raakvlakken met andere levensdomeinen als vrije tijd en wordt doorgetrokken naar arbeid op latere leeftijd.


Inclusief onderwijs

Prof. dr. Geert Van Hove, Vakgroep Orthopedagogiek, Universiteit Gent

Bij inclusief onderwijs gaan alle kinderen naar de reguliere school. Sommige kinderen (bv. kinderen met een handicap) krijgen extra-ondersteuning om te kunnen participeren aan het school- en klasgebeuren. De kinderen met een beperking werken aan dezelfde projecten als de andere kinderen, maar werken daarbij aan eigen doelen. Daarbij krijgen ze "ondersteuning" op maat. Dit kan zowel gaan om praktische als om pedagogisch-didactische begeleiding. Soms worden specialisten of vrijwilligers of mede-klasgenoten ingeschakeld bij dit ondersteunen. De leerkracht blijft de manager van het geheel. Inclusief onderwijs hecht veel belang aan sociale doelen (erbij horen, vriendschap) en werkt tegelijkertijd ook volop aan de ontwikkeling van de kinderen als probleemoplossers. Zo probeert men kwaliteitsvol onderwijs te realiseren en wordt de school een plaats waar kinderen volop kunnen leren om samen te werken.


1. Inclusief onderwijs toont dat in scholen voor alle kinderen moet gezocht worden naar het juiste evenwicht tussen het 'schoolse' leren enerzijds en het zich kunnen ontwikkelen tot een mens die later sociale problemen zal moeten aanpakken anderzijds. Pas als men daarin voor alle kinderen een evenwicht kan vinden, mag men spreken van kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen.


2. Inclusief onderwijs is veel meer dan het 'plaatsen' van kinderen met speciale noden in de gewone school. Er moet gezocht worden welke ondersteuning het kind en de school nodig hebben opdat het kind met zijn leeftijdsgenoten via gezamenlijke projecten zou kunnen werken aan een gemeenschappelijk curriculum, ieder op zijn eigen spoor en eigen tempo. Anders komt men nooit verder dan het 'dumpen' van de kinderen.


3. Inclusie drijft onder andere op vriendschappen tussen kinderen. Binnen inclusiepogingen krijgen kinderen kansen om samen problemen op te lossen. Ze kunnen leren dat ieder kind verschillend is en talenten heeft. Veel kinderen willen dan ook ingeschakeld worden bij het ondersteunen van hun 'maatje' met speciale noden.


4. Leerkrachten die in inclusieprojecten stappen, blijken dikwijls mensen te zijn die al hun kinderen in de klas 'graag zien'. Ze beschouwen ieder kind als uniek en zijn bereid iedere keer weer zeer creatieve oplossingen te bedenken. Via inclusieprojecten kwamen we zo leerkrachten tegen die alle karikaturen over 'de leerkracht' van de tafel veegden.

Nieuws

  • Film "Including Samuel"

    Gezien het succes van de eerste vertoning van deze film in maart vorig jaar, wordt hij in overeenkomst met Dan Habib, vanaf nu door Ouders voor Inclusie verdeeld in Vlaanderen. (Lees meer)

  • Nieuwe website en logo OVI

    We zijn aan het denken geslagen. Over inclusie. Over onze website. Over de huidige huisstijl. Over de toekomstige... Er is aan gewerkt, herwerkt en gesleuteld. (Lees meer)

  • Voorbij de vraagtekens - Boek voor leerkrachten

    Zoals wij, ouders van een kind met een handicap, steun en informatie vinden bij elkaar, willen we ook aan leerkrachten die dagelijks met een kind met speciale zorgen in de klas werken, die mogelijkheid bieden. (Lees meer)

Meer nieuwsitems