Wout

In de kleuterschool. Zus Lies over haar broer


Wout

Wout
Vincent en Mieke Hertens (mama en papa van Wout)

De schoolkeuze, de start en de eerste jaartjes in de kleuterklas

(oktober 2005)
Woutjes geboorte en eerste weken
Wout, ons vierde kind, werd geboren op 16 augustus 2000. Hij heeft Downsyndroom.We wisten "het" niet op voorhand. Een harde klap. Even stond de wereld stil en leek er geen toekomst meer te bestaan.
Twee belangrijke momenten van die eerste dag gaven me heel wat kracht om op weg te gaan.
Toen ik mijn eigen moeke belde om haar te zeggen dat ze een zesde kleinkind had, dat zijn naam Wout was en dat hij Downsyndroom had, zei ze één belangrijke zin: "Kind we gaan voor hem vechten." In de nacht na zijn geboorte liet ik Wout bij me zuigen. Door het hormonenspel dat door zijn zuigen bij mij in gang werd gezet, voelde ik mijn baarmoeder pijnlijk samentrekken. Mijn Woutje kon zuigen, ondanks zijn hypotonie!! Op dat moment heb ik midden in de nacht luidop gezegd: "En nu wij twee, mannetje!" Ik was vertrokken, voor dit kindje zou ik gaan.
Broers en zussen die door hun opleiding ervaring hadden in de medische wereld loodsten ons door de eerste weken. De eerste medische onderzoeken waren goed. Ook administratief kregen we veel hulp.
Uren hebben Vincent en ik gepraat over Wout, zijn handicap, ons gezin en onze toekomst. Gesteund door onze thuisbegeleidster Geert, van De Tandem, waren we klaar om met Wout op weg te gaan. Met de kinderen spreken we eerlijk en open over Wout.
We proberen gewoon te doen. Na een tijd slaagden we erin een onderscheid te maken tussen onze zoon Wout en zijn handicap. We leerden door zijn "masker" naar hem te kijken.
Als Wout, doorheen de blokkenconstructie van Pieter stapt en een ruïne achterlaat, heeft dit niets te maken met zijn handicap, maar alles met het feit dat hij soms een "ambetante" kleuter kan zijn. Wout is in de eerste plaats een kind, net als alle andere. Zijn syndroom maakt het allemaal wat complexer. We proberen Wout gewoon op te voeden en wat voor de anderen geldt, geldt ook voor hem. Zijn handicap is geen alibi om hem niet op te voeden.

De schoolkeuze
Kort na zijn geboorte spraken we al met Geert over Wouts toekomst. Welke school en welk soort onderwijs zouden we voor hem kiezen? Zij wou ons in geen enkele richting duwen.
De eerste ouders van kinderen met Downsyndroom die we ontmoetten, waren allemaal ouders die heel bewust hadden gekozen voor Buitengewoon Onderwijs en die ons ook wezen op de enorme waarde van dit onderwijs. Geert zei vaak dat we alleen zouden staan als we inclusief zouden gaan en dat er nog niet veel ouders die keuze maakten, maar dat het wel een boeiende tocht kon worden. Toen ik enkele weken na Wouts geboorte op school bij de directeur moest zijn en toen al ons verlangen uitsprak om Wout naar dezelfde school te laten gaan als zijn zussen en broer, zei de directeur: "Het team moet het aankunnen en het kind moet er iets aan hebben". Daar stond ik met al mijn idealen. Eigenlijk had de directeur gelijk.
We praatten er verder over met Geert en de "viaviaweg" begon te werken. Mensen zeiden ons dat we eens met die en die moesten gaan praten. We gingen op bezoek bij ouders van kinderen met Downsyndroom in het gewone onderwijs, we leerden Ouders voor Inclusie kennen en de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert stelde ons voor deel te nemen aan de door De Tandem georganiseerde bezoeken aan scholen voor Buitengewoon Onderwijs. Zo zouden we voldoende informatie hebben om een keuze te kunnen maken. Ik bezocht drie scholen in onze onmiddellijke omgeving. Ik zag hoe er gewerkt werd met de kinderen, hoe de accommodatie was, ik hoorde de juffen met veel enthousiasme vertellen. Ik zag ook de kinderen in de klasjes aan het werk. Vaak waren het kleine groepjes kinderen voor één juf. Therapie kan tijdens de lesuren gegeven worden, er is een busje dat de kinderen naar huis brengt. Heel wat voordelen, toch kon het ons niet overtuigen. We hebben alle respect voor mensen die bewust kiezen voor Buitengewoon Onderwijs, maar het is niet onze keuze. Koken en praktische zaken kunnen wij Wout thuis aanleren. Wout moet ook op vlak van lezen en rekenen zelfredzaam worden. Als hij kan lezen en schrijven kan hij zich beter oriënteren in de wereld rondom ons. Dat moet je op het juiste ogenblik leren.
Zonder dat ze het zelf beseft, heeft ook onze oudste dochter Lies invloed gehad bij onze schoolkeuze. In ons dorp is er een school voor Buitengewoon Onderwijs waar Wout zou terechtkunnen. Telkens als we aan die school passeerden, zei ik aan de kinderen dat dit misschien wel Woutjes school zou worden. Ik moest daarmee ophouden omdat onze oudste telkens bijna wenend zei dat dit niet mocht omdat Wout daar helemaal alleen zou zijn en niemand zou kennen. Zij heeft nooit de theorie van inclusie gehoord, maar ze zat er recht op.
Het werd steeds duidelijker dat we de weg van inclusie zouden gaan. We wilden Wout in onze directe omgeving laten schoollopen, tussen gewone kinderen. Tussen kinderen die praten en hem zouden uitdagen om ook taal te gebruiken. We wilden Wout niet apart ergens naar school sturen. Dat het allemaal niet zo evident zou zijn, beseften we maar al te goed.
Eens we onze keuze hadden gemaakt, kregen we van Geert alle steun om Wouts schoolstart voor te bereiden. Een school moesten we niet meer kiezen. Directie en leerkrachten wisten dat we op een dag formeel zouden vragen of Wout ook bij hen naar school mocht.

De concrete voorbereiding
In november 2002 hadden we een vergadering met de directeur, alle kleuterjuffen, de CLB-medewerkster en Geert. We stelden daar Wout op een eerlijke manier voor, vroegen of hij naar de school van onze andere kinderen zou mogen gaan en we vertelden ook wat we van de school verwachtten en hoe we de samenwerking zagen. Het kleuterjuffenteam heeft intern samen met de directeur bekeken of ze het zouden wagen of niet. Vlak voor de kerstvakantie vernamen we dat Wout mocht starten. Wel was er een belangrijke voorwaarde: de directie en leerkrachten wilden regelmatig evalueren. Dit leek ons niet meer dan normaal. Het is heel belangrijk dat alle betrokken partijen zich blijven goed voelen.
Op woensdag 23 april 2003 begon de schoolloopbaan van Wout. Vlak voor de paasvakantie waren Geert, juf Mieke, gymjuf Sandra en ikzelf nog eens rond de tafel gaan zitten om de laatste belangrijke zaken over Wout te bespreken. We maakten een "gebruiksaanwijzing" voor Wout. Hoe troost je Wout, welke woorden kan hij zeggen en welke begrijpt hij, welke SMOG-gebaren kan hij zelf maken en welke begrijpt hij.
Er werd een verzorgingskussen in de klas gelegd. De juf had me gevraagd om ook eens met Wout in de klas te komen om zijn kapstok te passen. Wout is veel kleiner dan de andere kinderen van zijn leeftijd en zijn kapstokje hing dus ook lager. Thuis en bij de kinesiste hing hetzelfde kapstokje. Juf Mieke had Wout tijdens de weken voor zijn instap bij ons thuis geobserveerd en gezien hoe hij speelde en met ons communiceerde. Er werd afgesproken dat Wout op maandag-, woensdag- en vrijdagochtend naar de klas zou gaan. Op de andere ochtenden had hij therapie.
We kochten ook voor Wout een nieuwe schooltas. Een knalgele die hij gemakkelijk zelf terug kan vinden met een handige rits en klittenbandsluiting.

De start
We waren klaar voor de schoolstart. Net als bij onze andere kinderen deed het ons iets toen hij voor het eerst 's morgens klaarstond met zijn schooltas. Maar hier kwam nog iets bij: ons kleine mannetje met Downsyndroom ging voor het eerst naar de klas. Hoe zou hij het vinden, zou het lukken met de andere kleuters en zou het voor de juf niet te belastend zijn?
Wout deed het de eerste uren in de klas goed. Hij speelde, maar plots merkte hij dat wij er niet meer waren. Hij deed, zoals wij dat zeggen, zijn rolluiken toe en was figuurlijk "weg". Op vrijdag ging hij weer naar de klas, opnieuw voor een halve dag. Hij weende en wist wat er zou gebeuren. De juf stelde voor om Wout de volgende week enkel tot aan de speeltijd te laten komen. Ze was bang dat hij zou afhaken. Dat deden we. Eerst enkele dagen tot voor de speeltijd, dan de speeltijd erbij en langzaam aan tot de middag. Het huilen minderde en juf Mieke leerde Wout steeds beter kennen. Ze had hem tijdens de eerste dagen ook veel in zijn buggy laten zitten omdat ze merkte dat Wout in die buggy rustig werd en ondertussen alles observeerde. Geert had het daar moeilijk mee, maar Wout voelde zich veilig (dat was belangrijk!) en juf Mieke maakte steeds minder gebruik van zijn buggy als "stoeltje" voor Wout. We praatten tussendoor vaak met de juf, wisselden ideeën uit en keken hoe we eenvoudige dingen konden oplossen. Tijdens de jaarlijkse video voor ouders van de eerste kleuterklas konden we zelf zien dat Wout deelnam aan het klasgebeuren, dat hij op verkenning ging, observeerde, speelde en niet de hele tijd aan de kant zat, weg van de groep.
De "doelstelling" voor Wouts eerste trimester hadden we bewust heel laag gelegd: graag naar school gaan, weten wie zijn juf is, … En voor de rest wachtten we af. Als we het welkomstliedje thuis zongen, zagen we in Wouts ogen herkenning. Emotioneel was ik sterk geraakt toen ik Wout op de eerste avond van de grote vakantie aan het verzorgen was en hij plots zei: "éé-wee-die psst, éé-wee-die psst, au". Hij deed het Chinees vuurwerk na. De juf had het zo vaak gedaan tijdens de laatste schooldagen voor alle jarige vakantiekindjes.
Tijdens het team van mei werden afspraken gemaakt voor het volgende schooljaar. Woutjes kinesiste stelde voor om één keer per week in de klas te komen ondersteunen. Dit lag aanvankelijk een beetje moeilijk. In de school moesten ze nog wennen aan het gegeven "ondersteuning". De samenwerking verloopt ondertussen prima. Een aantal zaken werden tijdens de grote vakantie opgenomen in de therapie. Er werd ook beslist dat Wout in september 2003 opnieuw bij juf Mieke zou zitten.

Grote vakantie
Tijdens de grote vakantie spraken we vaak over school. We herhaalden voor Wout belangrijke woorden en liedjes. Op het einde van die vakantie schreef ik in Wouts naam een briefje waarin hij vertelde wat er in de vakantie allemaal gebeurd was, hoe hij reageerde op diverse zaken, en ik maakte een "update" van zijn woorden- en gebarenlijst. De afspraken over therapie en klas werden ook genoteerd.

Het nieuwe schooljaar van kleuter Wout

Op 1 september stonden we weer klaar. Wout herkende zijn klasje, zijn juf en begon vlot te spelen. De eerste dagen weende hij wel wat, maar dat was zeer snel over. Met Pieter stapte hij fier de speelplaats op. De therapieën begonnen ook weer vlot te lopen. Evelyn ondersteunde in de klas en in de gymles. Tijdens de privé kinebeurt werden zaken ingeoefend die ook in de klas moeten gekend zijn (kleuren, groot-klein, blijven zitten op de bank, sneller reageren, …). Na die privé kinebeurt bracht ik Wout wat later naar de klas. Op woensdag haalde ik Wout om tien uur af om naar de logopedie bij Eva te gaan. Op maandag kleefde de juf in de schriftjes van de kleuters een blaadje met het belangstellingspunt van die week. Voor Wout schreef ze daar enkele extra woorden bij die vaak aan bod zouden komen (bijvoorbeeld: thema dozen: in, uit, groot, klein). Die thema's en woorden mailde en mail ik nog steeds door naar Eva en zij probeert dan ook in haar therapie aandacht te geven aan die woorden. Regelmatig overlegden Eva, Evelyn en juf Mieke met elkaar. Ook wij deden regelmatig suggesties. Het heen- en weerschrift werd intens gebruikt en doorgegeven. Thuis, klas en therapie zijn ondertussen goed op elkaar ingespeeld. Als het nodig is, doen we een telefoonrondje om iedereen op de hoogte te brengen van iets of om de violen gelijk te stemmen.
Wout leerde bij en was tevreden. Dat merkten we aan veel. Van liedjes kon hij het laatste woord aanvullen. Prachtig was het toen we Wout de muziek van de peuterdans lieten horen en zagen hoe hij daarop bewoog en op tijd de juiste bewegingen maakte. Plots zei hij een woord dat we thuis niet gebruiken. Als we over zijn juf Mieke praatten, keek hij heel verliefd.

We hadden tijdens het schooljaar twee overlegmomenten: één in november en één in juni. Wij nodigen via een briefje alle betrokkenen uit. Dat zijn: de klasjuf, de gymjuf, de kinderverzorgster, de kinesiste, de logopediste, de CLB-verantwoordelijke, de zorgcoördinator, de directeur en de thuisbegeleidster. We vragen aan de mensen die echt met Wout bezig zijn een verslagje te maken over de voorbije maanden. Wat loopt er goed, wat loopt er fout, hoe is Wout, waar is er extra ondersteuning nodig, zijn er problemen, … Dat verslag wordt ons veertien dagen voor het overleg bezorgd. Wij kopiëren alles en maken een bundel voor elk lid van het team. Zo kan iedereen rustig op voorhand de verslagen lezen. Op het eigenlijke team gaat dan geen tijd verloren met lezen. We kunnen meteen aan de bespreking beginnen. Geert, onze thuisbegeleidster leidt op dit ogenblik de vergaderingen, die wij samen met haar hebben voorbereid. Tijdens het team wordt een verslag gemaakt dat aan iedereen wordt bezorgd.

Schooljaar 2004-2005
Omdat er in onze school met graadsklassen wordt gewerkt, werd op het einde van Wouts eerste kleuterklas beslist om Wout nog eens de eerste kleuterklas te laten doen. Een gemengde tweede-derde kleuterklas zou voor hem te "zwaar" geweest zijn.
Veertien dagen voor het begin van het nieuwe schooljaar zaten we opnieuw samen: juf Chris de nieuwe klasjuf, de logopediste, de kinesiste, Geert en wij. Juf Chris had de verslagen van vroeger al gelezen en was ook op het laatste team van het vorige schooljaar. Er werden afspraken gemaakt over ondersteuning, planning, … Bij het begin van het schooljaar gaf ik aan alle teamleden ook weer een brief waarin Wout vertelde hoe de vakantie was geweest. Overleg en een eerlijke en open communicatie zijn heel belangrijke elementen om inclusie te laten slagen. Wij waarderen het ten zeerste als de juf tijdens de korte informele contactjes vertelt hoe het is met Wout, wat hij leerde in de klas, wat hij deed of niet deed, waar het moeilijk is. Soms heb ik met enkele woorden van de juf genoeg om "het verhaal" van Wout thuis te kunnen plaatsen in het thema dat dan loopt. Kort op de bal spelen is belangrijk zodat er geen frustraties ontstaan. Dat kan bij ons omdat ik de kinderen twee keer per dag breng en afhaal. Zo vertelde juf Chris in het najaar dat ze een beetje strenger zou zijn voor Wout omdat ze merkte dat als ze eens "doorsprak" hij naar haar luisterde. Hij kan zijn jas weghangen, hij kan zijn koek in zijn hokje leggen, maar heeft er niet altijd zin in. Bij opruimtaakjes probeerde hij te ontsnappen. Wij hadden thuis ook het probleem dat Wout wat minder naar ons luisterde. Op dat moment even kort overleggen, elkaar vertrouwen: "ja doe maar", "probeer maar", … Het is echt heel belangrijk. Wij hebben altijd aan de juffen gezegd dat zij de regisseur in hun klas zijn, dat zij moeten zeggen wat kan en niet kan. Zij weten wat haalbaar is binnen hun grote klasgroepen.
Bij juf "Ris" liep het ook weer heel goed. Wout hield van zijn juf. Hij maakte er geen probleem van dat hij nu bij een andere juf zat. Evelyn ondersteunde in de gymles, een studente deed dat één ochtend in de week in de klas. De belangrijke woorden van het belangstellingspunt werden via een apart schriftje aan ons gegeven. Wij mailden die door naar Eva die ze opnam in haar therapie. Wout ging twee volledige dagen naar school, op maandagmiddag had hij logo en op de andere middagen sliep hij. Die rustmomenten heeft hij nog steeds echt nodig.
Als Wout de grote zak met werkjes meekreeg, was hij heel fier. Heel aandachtig vertelde hij dan wat hij maakte. Van de versjes vervolledigde hij de zinnen en ook van de liedjes kon hij heel wat.
Wout vertelde op zijn manier wat er in de klas gebeurde. We hoorden zo juf Chris spreken: "Zoetete toch (Wout kan de "k" niet uitspreken), "mensen lief", … Bij ons thuis werd de verzorgingstafel een "pampertafel". Allemaal nieuwe uitdrukkingen van juf "rizewis". "Ris zegt, mooi zuigen Wout". Toen hij alsmaar weer over "tonijn, lange oren, poot pijn edaan, [ver]bandje op" aan het praten was, wou ik even weten of hij dit aan het verzinnen was, of dat hij ergens iets uit de klas wou vertellen. Hij vertelde het vereenvoudigde verhaal van de Barmhartige Samaritaan en in zijn verhaal kwam er een konijn dat zich had pijn gedaan. Prachtig was het toen hij alle figuren uit het kerstverhaal noemde: "Mira, Jozef, babytje Jezus, [g]eboren, Mira blij, [k]ribbetje, schaap, … En met een doek uit onze verkleedmand was hij al heel vaak Mira, met babytje Jezus. Toch zei de juf dat ze vaak de indruk kreeg dat Wout afwezig was, dat wat er tijdens het kringmoment gebeurde van hem afgleed. Maar dat hij wel degelijk wist wat er precies gebeurde, bewees het feit dat hij thuis "vertelde" wat er in de klas gebeurde. Wout kende ook de kinderen van zijn klas en bij ons thuis hing een blad met de foto's van de kinderen van zijn klas. Hij ging daar vaak voorstaan en zei: "Dat Rune, dat Thomas, dat … ja is juist."
Juf Chris vertelde ook dat Wout echt weet wat hij graag doet en wat niet. De poppenhoek was zijn geliefkoosde plek. Daar speelde hij thuissituaties na.
Vincent, Wouts papa, haalde Wout op de dag dat ze met de klas naar de kinderboerderij waren geweest af op school. Toen hij thuiskwam, rende hij de gang binnen: "Moete, moete, boerderij eweest!" Net als onze andere kinderen vertelde hij zonder enige aanzet van mij wat hij die dag had gedaan.
Toen ik meeging op schoolreis vroegen de kinderen uit zijn klas waarom ik eigenlijk mee mag op schoolreis. Ik zei hen dat Wout nog een beetje moet geholpen worden en dat ik zijn buggy moet duwen. Ja, dat wisten ze en weg waren ze. Toen Wout moest "gepamperd" worden, kwamen ze opnieuw vragen stellen. Maar ook hiermee hadden ze geen probleem.
In de klas speelde Wout nog veel alleen. Maar ook dat evolueerde. Hij ging al eens kijken bij de andere kinderen wat ze deden en op het einde bootste hij hen duidelijk na. Wout begon ook voor zichzelf op te komen. Toen een meisje uit zijn klas hem vroeg of ze een koekje uit zijn doosje mocht hebben, wendde hij zich af. Na een tweede vraag, draaide hij zich nog wat verder weg van het meisje en toen ze het de derde keer vroeg, zei hij kort en krachtig: "Neen!"
In de klas had de juf nog geen kindjes aangesteld als "begeleider" van Wout. Kleuters van een eerste kleuterklas zijn daar nog een beetje te klein voor. Toch was er één jongetje, Thomas, die zomaar, zonder dat het hem was gevraagd van alles deed voor Wout. Als ik Wout op de speelplaats afzette, was Thomas daar meteen en hij nam Wout mee op de speelplaats. Tijdens de speeltijd bracht hij Wouts koekendoos terug naar de klas. In de klas haalde hij het drankje van Wout, maakte de flapjes los en zette het rietje in het brikje. Niemand vroeg hem dat.
Juf Chris kende Wout door en door. Ook bij haar geen "och arme, dat ventje is gehandicapt". Neen, dat is niet eerlijk tov de andere kleuters. Juf Chris moest bij de middagbel honderden keren zeggen: "Neen, Wout niet naar moeke gaan, eerst in de rij gaan staan." Telkens weer moet ook Wout leren dat er regeltjes zijn, dat ook hij zich daar moet aan houden, net als de andere kleuters. En zoals bij juf Mieke ging hij om zijn portie knuffels bij juf Chris. Welk jongetje was niet ooit verliefd op zijn kleuterjuf?

Voorbereiding schooljaar 2005-2006
Op het einde van het schooljaar (2004-2005) hadden we opnieuw een team met alle betrokkenen. Tijdens de grote vakantie hadden we opnieuw een overleg met alle direct betrokkenen. In september startte Wout in een 2e/3e kleuterklas. Wout zit nu bij juf Lia. Op de eerste schooldag startte hij heel enthousiast en na één dag klas wist hij al dat de klaspop Piet heet en dat de schooltassen in de bakken in de gang moeten. Het belooft opnieuw een boeiend schooljaar te worden.

Loopt alles nu altijd even vlot?

Natuurlijk niet. Eén van de problemen in de eerste kleuterklas was dat Wout tijdens verhaaltjes, die voor hem veel te abstract waren, niet op zijn plaats wilde blijven zitten. Zijn juf kleefde zijn uitvergroot symbool op zijn plaats op de bank, dicht bij haar. Dat hielp. Geen enkel van de andere kinderen ging op die plaats zitten.
Ook de andere kleuters wisten dat het voor Wout moeilijk was om te blijven zitten. Als hij weer wilde vertrekken, staken ze soms gewoon hun arm uit en duwden hem terug op zijn plaats. Dat loopt nu stukken beter. Wout heeft geen eigen plaats meer. Hij kan in de kring blijven en luisteren naar een verhaal.
Tijdens het voorbije schooljaar was het voor Wout moeilijk om te stoppen met de ene activiteit en over te gaan naar de volgende. Van spelen naar drankje drinken. Het is alsof Wout bij elke activiteit in een soort doos zit en het moeilijk heeft om naar de volgende doos te stappen.
Het vraagt van de juf extra creativiteit om ook hier weer Wout bij het klasgebeuren te betrekken, hem erbij te houden.
Een kind als Wout blijft extra zorg (bv pamperen), aandacht (niet willen meekomen), tijd (alles moet vaker worden uitgelegd) en energie vragen. Dat is zeker. De grote klassen, het ontbreken van ondersteuning, … maken het voor een klasjuf niet altijd even evident om een inclusiekind in de klas te hebben.
Gelukkig kunnen we rekenen op de ondersteuning van Evelyn. We vonden ook een studente bereid om één keer per week een ochtend te helpen in de klas. Veel zit nog in de sfeer van vrijwilligheid. En voor de klasjuf komt er naast de hulp een belasting bij: ze moet een "vreemde" in haar klas dulden, ze moet leren samenwerken met de ondersteuner, afspraken maken. Bij ons loopt dat nu echt heel goed, maar het lijkt me niet altijd evident. Ik ben blij dat we rond Wout een heel hecht team konden opbouwen.

De reacties?
Dat andere ouders bezig zijn met de komst van een mentaal gehandicapt kindje in onze school is zeker. We kregen, natuurlijk niet altijd rechtstreeks, opmerkingen over het verlagen van het niveau in de klas door zijn komst, over de last voor de juf en de andere kleuters, over schrik voor imitatiegedrag, … Ons Lies werd vlak voor Woutjes komst "mongool" nageroepen.
Maar we kregen ook felicitaties om onze durf. Ook een dankjewel omdat, zo zei die meneer, zijn kinderen nu zouden weten dat er mensen met een handicap zijn en dat zijn kinderen in elk geval niet bang zouden zijn van een persoon met een handicap.
Leuk ook om de reacties van kinderen te horen. Zo zei een jongen van Pieters klas tegen zijn papa:"Papa, dat is Wout en hij is gehandicapt". Papa wist niet hoe te reageren. Ik zei tegen hem dat het heel juist was wat hij gezegd had. En een meisje uit Lies' klas zei tegen mij:"Ik vind het jammer dat Wout gehandicapt is." Haar papa had het lastig met die uitspraak. Ik zei gewoon:"Dat ik dat eigenlijk ook jammer vind". Kinderen vragen me soms wáár Wout nu eigenlijk gehandicapt is.

En wij?
Wij voelen ons steeds beter bij onze keuze. We hebben soms nog vragen, maar we zien dat Wout zich goed voelt, graag naar de klas gaat, bijleert en in een normaal milieu kan opgroeien. Dat het gebruik van taal in een gewone kleuterklas zo belangrijk is, is voor Wout alleen maar een nog stevigere uitdaging om te praten en om op een zo normaal mogelijke manier te communiceren. En wees gerust, ook de "vuile" woorden leert hij vlot.
We merken ook dat de mensen uit de buurt Wout kennen. Toen we onlangs naar de kinderzegen gingen in onze parochiekerk zeiden heel veel mensen: "Ah, dag Wout". Opa's en oma's, mama's en papa's zien hem dagelijks aan school en zeggen dag tegen hem. Hij groet hen ook. Wout is in onze directe omgeving geen onbekende en het is in die omgeving dat ook hij netwerken zal uitbouwen. Als hij elke dag met een "gehandicaptenbusje" ver weg moet, kent niemand hem en blijft ook zijn handicap een curiosum.
Alleen jammer dat wij in onze keuze wel mentale support krijgen van heel veel mensen, maar het op financieel en organisatorisch vlak allemaal zelf moeten regelen. Dit geeft ons aan de ene kant een gevoel van vrijheid, maar aan de andere kant staan we door onze keuze in de kou. Een vrije keuze wordt in elk geval niet gestimuleerd door de overheid.
Privé therapie moet zelf betaald worden; een revalidatiecentrum is zo goed als gratis. Dit even ter zijde.
Maar wees gerust: we blijven vechten voor Wout en onze andere kinderen en we zoeken verder om Woutjes schoolloopbaan voor hem, voor ons en voor de school zo goed mogelijk te laten verlopen.
Het is, echt waar, een boeiende tocht.

Hoe voelt het om zus te zijn van Wout?
Lies Hertens (zus van Wout)
Ik ben Lies Hertens. De zus van Wout.Wout heeft Downsyndroom.
Hij gaat naar onze school. Alle vier zitten we op dezelfde school: ik zit in het zesde leerjaar, Leen in het derde, Pieter in het tweede en Wout zit in de tweede kleuterklas. Hij zit bij juf Lia in de vissenklas en zijn symbooltje is de auto.
Dat Wout op onze school zit, is wel leuk, maar heeft soms ook nadelen. Heel soms lachen kinderen ons uit en dan roepen ze "mongool" naar ons. Dat vinden we helemaal niet leuk. Als Wout nog niet naar de kleuterspeelplaats mag, moet hij op de grote speelplaats. Dan moeten wij altijd op hem letten omdat hij nog te klein is om alleen rond te lopen. Hij durft dat niet zo goed.
Er zijn ook positieve dingen die ik kan vertellen over Wout op onze school.
Als er gefloten wordt en ik breng Wout naar de kleuterspeelplaats dan zie je dat er onmiddellijk vriendjes naar hem lopen en met Wout gaan spelen. Dan krijg ik een leuk gevoel, want de kinderen zien hem graag komen.
Als er hier iemand komt spelen en Wout nog slaapt, dan vragen ze waar Wout is. Wij zeggen dan dat hij nog in zijn bed ligt.
Ons maandpunt was eens "taalvaardig" en dan hadden wij het over taal. Onze juf vroeg wat taal voor ons betekent en kan zijn. Ik zei haar dat wij thuis vroeger soms SMOG gebruikten om met Wout te praten. Moeke mocht van mijn juf in de klas hierover wat uitleg geven.
Omdat Wout op onze school zit, kunnen we ook allemaal samen naar school rijden. Moeke moet voor hem niet apart rijden.
Vele groeten van Lies.


Terug naar de verhalen

Nieuws

  • VN-verdrag voor gelijke rechten

    België keurde het VN-verdrag voor gelijke rechten voor personen met een handicap goed. (Lees meer)

  • Krachtlijnen

    Inclusie is een bewuste keuze van ouders voor hun kind met een beperking. Nu, inclusief 10 onderweg herformuleren we onze krachtlijnen vanuit het perspectief van ouders. (Lees meer)

  • Voorbij de vraagtekens - Boek voor leerkrachten

    Zoals wij, ouders van een kind met een handicap, steun en informatie vinden bij elkaar, willen we ook aan leerkrachten die dagelijks met een kind met speciale zorgen in de klas werken, die mogelijkheid bieden. (Lees meer)

Meer nieuwsitems