Lucas

Zoektocht naar een school

door Els De Smedt (mama van Lucas)
maart 2001

Voorstelling

Lucas is 3 jaar geworden in september. Hij heeft een motorische handicap, spastische quadriplegie heet het in vaktermen. Dit betekent dat hij motorisch vrij zwak is: hij kan zitten met steun, hij heeft meestal een aangepaste stoel nodig. Hij stapt niet, dus is hij voor zijn mobiliteit aangewezen op hulp. Mentaal evolueert hij goed, wel wat trager, maar hij maakt elke dag vorderingen. Taal is zijn sterke punt, zowel passief (hij begrijpt alles voor zijn leeftijd) als actief. Hij kan heel goed uitdrukken wat hij wil en vertelt honderduit over wat hem bezighoudt.
Sinds hij 6 maanden oud is, krijgt Lucas meerdere malen per week therapie. Hierbij gaat de meeste aandacht uit naar de ontwikkeling van de grofmotorische functies. Tot zijn 3 jaar ging Lucas naar een gemengde- kinderkribbe, waar hij ook kine-, ergo- en logopedie kreeg. Die kribbe was een heel goede voorbereiding op de kleuterklas. Sinds 2 weken gaat Lucas nu naar school: een vrije basisschool in Bottelare (Merelbeke), met in totaal ongeveer 280 leerlingen.

Motivatie: waarom kiezen voor gewoon onderwijs?

Toen Lucas ongeveer 2 jaar was, bezochten we een type-4 BO-school. We hadden ons voorgenomen om zeker ook hier eens ons licht op te steken alvorens de keuze te maken. Tot onze verbazing viel het daar best mee: de kinderen leken zeer gelukkig, de speelplaats was een echte “autoscooter” waar rolwagens achter elkaar aanreden, de juffen waren zeker vriendelijk en de klasjes klein. Bovendien hoef je daar niet met hand en tand uit te leggen wat de handicap van je kind nu precies inhoudt, en je moet ook niet zelf zorgen voor extra ondersteuning.

Waarom dan toch geen BO?

Geen keuze
Heel vaak merk ik bij anderen dat zij met veel ijver en veel energie op zoek gaan naar de juiste school voor hun (niet-gehandicapte) kind. Kleine school of grote school? Klassiek onderwijs of een methodeschool? Freinet of Steiner? Buurt of stad? Het is evident, en niet meer dan normaal dat hier ernstig over wordt nagedacht.
Wanneer je kind ‘voorbestemd’ is voor het type-4 onderwijs, dan heb je de keuze uit 2 scholen, binnen een straal van 50km. Je hebt dus eigenlijk geen keuze. Het enige criterium dat dan nog een rol speelt, is de handicap. Terwijl ik ook een school wil kiezen en mij wil laten leiden door de visie die uitgedragen wordt, een visie die moet overeenstemmen met onze gezinscultuur, ons mens- en maatschappijbeeld.
Segregatie
Een doorsnee school is een afspiegeling van onze maatschappij. Het is een ‘mini-samenleving’. Een school voor buitengewoon onderwijs is dat -volgens mij- niet. Kinderen opvoeden betekent hen begeleiden tot zelfstandigheid. Dit geldt zeker voor onze zoon. Het is mijn streven dat hij ooit, als volwassene, zal terechtkomen in de (gemengde!) samenleving en dus vind ik het evident dat hij die samenleving al van in de kleuterklas leert kennen. Een betuttelende omgeving is misschien leuk voor even, maar daar leer je geen weerbaarheid. En dat is iets wat voor ieder mens onontbeerlijk is. Bovendien heeft Lucas het recht om deel te nemen aan alle schoolse activiteiten, maar dan op zijn manier. En dat is veel beter dan helemaal niet deelnemen.
Mag ik iets meer verwachten?
Mij wordt er soms verweten dat ik te veel eis van mijn kind, dat ik hem meer zou moeten aanvaarden ‘zoals hij is’. “Heb minder aandacht voor zijn beperkingen?” Maar, zijn scholen voor buitengewoon onderwijs niet juist gebaseerd op de beperkingen van de kinderen? De verschillende types zijn ingedeeld volgens handicap …. Een kind kan pas evolueren wanneer je er bepaalde verwachtingen tegenover stelt. Want dat is juist het bewijs dat je gelooft in zijn kunnen. Dit is de plicht van elke ouder, en het recht van elk kind, met of zonder handicap.
Inschrijving en geen opname
Bij ons bezoek aan de BO-school raakten we onmiddellijk verzeild in de ‘residentiële wereld van de gehandicaptenzorg’. Onze zoon zou niet worden ‘ingeschreven’ zoals in elke gewone school, maar er werd gesproken over ‘opname’. “Moeten onze kinderen dan hier blijven overnachten?” vroeg één van de bezorgde moeders. Mijn zoon wordt niet ‘opgenomen’: als het gaat over zijn opvoeding, wil ik zelf de eindverantwoordelijkheid dragen, maar ik vrees dat dit niet altijd mogelijk is binnen het buitengewoon onderwijs.

De stap

We kenden een aantal verhalen van geslaagde projecten ‘inclusie’. Via contact met deze ouders en met de vakgroep orthopedagogiek van de Universiteit Gent hebben we beslist om ook de stap te zetten. We hebben onszelf wel beloofd dat we voortdurend zouden evalueren en vooral zouden kijken naar hoe het Lucas zou vergaan. De keuze voor het gewoon onderwijs is echter geen verwerping van het buitengewoon onderwijs; we houden goed in het achterhoofd dat deze mogelijkheid er nog altijd is. Onze bedoeling met ons kind is dezelfde als voor ieder ander kind dat op 3 jaar naar school gaat: vaardigheden aanleren, grenzen leren kennen, vriendjes maken.

De voorbereiding

4 scholen
Ons eerste kind en een gemeente waar we nog maar 2 jaar woonden. We waren helemaal niet bekend met het aanbod van de scholen. Er is veel keuze in Merelbeke. Dus ik begon mijn ‘informatieronde’ zoals ik zou doen moest Lucas geen handicap hebben. Via folders, het internet en ervaringen van anderen selecteerde ik vier scholen die in aanmerking kwamen. De dichtsbijzijnde school; een kleine afdeling van de gemeenteschool; een vrije school in Bottelare die, naar ik had horen vertellen, als school heel wat te bieden heeft.
Eerste telefonisch contact (mei 2001)
Het eerste contact met de scholen verliep via de telefoon. Ik belde naar de directie, vertelde hen over mijn zoon die in september naar school zou gaan. Ik lichtte hen meteen in over zijn handicap en dat we een school zochten die bereid was mee te werken. Ik vertelde ook dat het niet onze bedoeling was om iemand te ‘bekeren’, en dat ik me er van bewust was dat wat we vroegen geen evidente vraag was. Elk telefoontje werd afgesloten met een afspraak. Wij zouden kennismaken met de school en ondertussen wat over Lucas vertellen. (We hadden ons voorgenomen om heel open te zijn over zijn handicap.) Op voorhand hadden we onszelf beloofd er geen kruistocht van te maken: ik zou niemand overtuigen, ik ging op zoek naar bereidwillige mensen, die eerst en vooral onze opvattingen over inclusie deelden. Pas dan werd er verder ‘onderhandeld’.

Bezoeken

School 1
De directeur vertelde over een gesprek dat ze had met een vriendin. “Lucas zou in het BO toch meer kansen krijgen.” Toch wou ze het proberen, als de juf het zag zitten. “Het is tenslotte de juf die het moet doen.”
School 2
“Al was het maar uit onze christelijke overtuiging,” zei de directeur aan de telefoon. Toch viel dit bezoek niet echt mee. De sfeer in de school en het aanbod lag ons niet echt. We hadden zelf al beslist dat dit niet de gepaste school zou zijn voor ons kind. Een maand later ontvingen we een brief van de directeur dat de school het niet zag zitten, omwille van hun infrastructuur die toch niet aangepast was. Wat dat betreft, zaten we dus duidelijk op dezelfde golflengte.
School 3
Hier ontmoetten we een heel enthousiaste directeur, met een open visie over inclusie. Hij toonde enorm veel interesse voor Lucas, stelde veel praktische vragen en zocht met ons mee naar oplossingen. Hun besluit was dat ze het als school zeker wilden proberen, als wij als ouders bereid waten om regelmatig te overleggen daar waar nodig. Het contact met de juffen viel ook goed mee, maar we werden wat afgeschrikt door de grootte van de school. Daarom stelden we voor om eens langs te komen met Lucas, in de klas.
School 4
In deze school hadden we enkel contact met de juf van de klas. Zij was onmiddellijk bereid om mee te werken. De kleinschaligheid van de school was voor ons een groot pluspunt: het was een kleine, gezellige, overzichtelijke school waar iedereen Lucas direct zou kennen en omgekeerd. De jus besliste hier echter alleen over, de directeur stond wel achter de idee, maar alle afspraken e.d. waren voor de juf.

Onze keuze

School 3 en school 4 werden door ons weerhouden. School 3 omwille van het enthousiasme van de directie, en van de ondersteuning en de continuïteit waar we bijgevolg van verzekerd waren. School 4 omwille van de kleinschaligheid, waar je gemakkelijker iemand leert kennen. We bezochten beide klassen en stelden Lucas voor aan beide juffen. We gingen naar de opendeurdagen van beide scholen. Uiteindelijk (eind augustus) ging onze voorkeur toch uit naar de continuïteit en de ondersteuning van de directie, en kozen we school 3. Dat is het OLVR Visitatie in Bottelare. Deze school lag ons ook het meest wat hun “schools aanbod” betreft. Ze gaf ons het beste gevoel dat Lucas daar goed omringd zou worden.

Praktische afspraken

Om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen, is het belangrijk dat er reeds van in het begin duidelijke afspraken gemaakt worden tussen alle verschillende betrokkenen:

Lucas zou starten op 1 oktober 2001, omwille van een behandeling die nog doorliep tijdens september. Dit leek ons goed meegenomen: zo konden de juf en de andere kinderen al goed ingeburgerd zijn.

Ik besprak de therapie die Lucas zou krijgen en hoe we die konden inpassen in de uurrooster. Iedereen was hier heel bereidwillig en flexibel rond.

Samen met de directeur werd de weekplanning bekeken en werd er aangeduid waar moeilijke momenten op te vullen zijn (een kinderverzorgster in de klas, tijdens de gym, GON-begeleiding, privé-therapie op een druk moment in de klas, opvang over de middag). Ik maakte hiervan een schema voor de juf.

We gingen, samen met de GON-begeleidster en de kinesiste, op zoek naar een aangepaste stoel voor Lucas in de klas. Hoofdbedoeling hiervan was dat Lucas veilig en comfortabel kon zitten tussen de andere kinderen.

Er kwam ook een bijeenkomst met alle kleuterjuffen, Lucas en wij. Er werd heel open verteld over Lucas, zijn handicap en zijn evolutie, de therapie die hij volgt, de prognoses, …. We maakten eveneens onze verwachtingen duidelijk: waarom we voor het gewoon onderwijs kiezen, maar geen speciale behandeling wensen, dat we willen dat Lucas zoveel mogelijk dingen kan samendoen met de andere kinderen (participatie) en dat we openheid vragen. Ook met hen werden een aantal praktische zaken overlopen (de speeltijd, mobiliteit, nood aan aangepast materiaal, …).

Samengevat

Geleidelijke voorbereiding
We zijn met onze zoektocht een viertal maanden bezig geweest. We hebben verschillende contacten gelegd, we trokken verschillende keren met Lucas zelf naar de scholen. De vragen en bedenkingen komen niet ineens, maar groeien met de tijd. Iedereen moet die tijd krijgen om te wennen en om zich voldoende te informeren. Zo kwam het dat de eerste schooldag voor Lucas niet vreemd aandeed; we hebben er samen naartoe geleefd.
Informatie
Er is geen tekort aan enthousiaste mensen. De meeste zijn niet bang om extra werk op zich te nemen. Maar wat die mensen vooral afremt, is onwetendheid en angst. “Kan ik niets verkeerd doen? Doe ik het wel goed? Ontbreekt dit kind niets?” Inclusief onderwijs kan enkel slagen mits voldoende informatie en ondersteuning voor de leerkracht en de school. Informatie houdt ook in: openheid en eerlijkheid over de handicap van je kind en duidelijk maken wat je verwacht van de school.
Engagement = betrokkenheid
We zijn ons er terdege van bewust dat de school, en in de eerste plaats de juf een zeker engagement aangaan. Engagement betekent betrokkenheid. De juf maakt nu deel uit van de groep mensen die zich extra inspannen voor Lucas.
Dit is niet evident
We communiceren dit van in het begin. Daartegenover stellen we dat als er problemen of vragen zijn, we dit moeten bespreken en dat we ZELF ook zullen meezoeken naar oplossingen. De directeur stelde dit als enige voorwaarde. Hiervoor kunnen we een beroep doen op het netwerk ‘Ouders voor Inclusie’, en de ervaringsdeskundigen waarmee zij zich omringen.
Evalueren
We moeten er voordurend over waken dat Lucas zich goed voelt, dat hij kan participeren aan de activiteiten -maar dan op zijn manier- en dat hij evolueert. De keuze voor het gewoon onderwijs is een keuze waar in de eerste plaats onze zoon beter van moet worden, en niet wijzelf. Op voorhand is afgesproken dat we continu zullen overleggen en bijsturen waar nodig. Informeel overleg gebeurt bijna dagelijks.
Tot slot
De eerste 2 weken zijn heel vlot verlopen. Lucas is nu al verliefd op zijn juf. Iedere morgen vertrekt hij met veel plezier en op woensdagnamiddag vraagt hij om naar school te gaan. Ook voor de juf is het een meevaller. Voor de grootouderdag in november denkt ze nu al hoe ze hem kan betrekken bij het geheel. We lopen op wolkjes en dan neem ik het er graag bij dat Lucas op de avond van zijn eerste schooldag heel formeel tegen mij zei: ” Mama, jij bent nu de juf. Goedemorgen juf!

Hoe zag en zie ik inclusief onderwijs?

Door Ann Van den Daele, leerkracht van Lucas in het eerste leerjaar

Vooraf

Lucas liep bij ons reeds kleuterschool, waardoor ik zijn mogelijkheden en beperkingen deels kende. Ik wist dat Lucas door de hele klasgroep aanvaard was en dat hij er zich supergelukkig voelde. Dit was voor mij dan ook de eerste motivatie om hem zeker bij ons op school te houden.

Er kwamen natuurlijk ook heel wat vragen bij mij op:
– Wie is Lucas thuis?
– Wie zijn zijn ouders?
– Wat bedoelen ze met inclusief onderwijs? Wat verlangen ze?
– Wat houdt de begeleiding door een persoonlijke assistente in?

Mijn eerste stap was dan ook de ouders van Lucas en Lucas zelf beter te leren kennen. Bij de eerste kennismaking klikte het onmiddellijk, we voelden, we zaten op dezelfde golflengte. Lucas zelf was heel spontaan, hij was het levendige kind, met heel veel inzet, heel veel levensvreugde en dit gaf met de tekens om de stap te wagen.

Ik bezocht ook de website “Ouders voor inclusie”, ik las verschillende artikels over de mogelijkheden en beperkingen van Lucas en ik maakte kennis met de persoonlijke assistente en de GON-begeleider van Lucas.
Al vrij snel vormden we een (h)echt team. Lucas zijn ouders zochten naar middelen om hun zoon zo goed mogelijk te helpen. Vanuit mijn ervaring als leerkracht maakte ik aanmerkingen van: “we moeten een oplossing zoeken voor dit of dat probleem” enz. Zo kwamen we bv. tot het besluit dat Lucas heel wat meer kon bereiken met de computer en met aangepaste programma’s.

Een uitdaging

Werken met Lucas en zijn assistente was voor mij een uitdaging. Ondanks mijn 20 jaar ervaring in het eerste leerjaar ging ik toch nog nieuwe leermiddelen ontdekken. Ik kreeg eigenlijk vooral een andere kijk op de leerstof en de verschillende leerstappen die een kind in het eerste leerjaar moet verwerven.
Rekenen bijvoorbeeld ging veel meer inhouden dan sommen maken en bewerkingen. Voor Lucas werden de bewerkingen opgesplitst op zijn niveau, werden kleurtjes gebruikt binnen zijn computerprogramma, werd hij binnen het computerprogramma gestimuleerd om verder te gaan, want een volledig blad schrikte hem af.
Voor getallenkennis werd gebruik gemaakt van spraaktechnologie, omdat lezen van hem veel inspanning vraagt en lezen hier niet belangrijk is, maar wel de kennis en het inzicht van de getallen.
Lucas kan technisch lezen, hij kent alle letters en klanken, tikken op de computer vindt hij best leuk en hij kan aardig overweg met het klavier.
Het tempo is echter beperkt doordat Lucas aan CVI lijdt. Lucas is auditief enorm getraind, hij luistert naar een verhaal of tekst die voorgelezen wordt en kan perfect de inhoudsvragen beantwoorden. Dus vonden wij dat de spraaktechnologie hier weer de oplossing kon bieden voor begrijpend lezen. Door het gebruik van een headset wordt hij ook een stukje van het klasgebeuren afgesloten, waardoor hij minder afgeleid is.
De kinderen uit de klasgroep maakten hierover helemaal geen probleem.

Wat Lucas mij leerde

Alles lijkt voor ons zo vanzelfsprekend, zo evident, maar Lucas leerde me vooral dat:

Wanneer iemand tekortkomingen heeft die je ziet, dat je daar rekening mee houdt

Wanneer iemand een leerprobleem, zoals dyslexie, dyscalculie, dyspraxie,…en andere leerstoornissen heeft, deze kinderen moeten blijven oefenen, elke dag opnieuw op datgene wat ze juist niet goed kunnen. Terwijl spraaktechnologie bv. voor heel veel kinderen met leerproblemen een oplossing zou bieden, denk maar aan begrijpend lezen, aan wereldoriëntatie, …

Je moet blijven geloven in iemand zijn mogelijkheden. Durven bevragen en niet te snel opgeven. Met een aangepaste methode en wat meer geduld raken kinderen op schools vlak veel verder dan wat men soms voorspelt.

Ons onderwijs draait nog teveel om het kunnen, om het presteren, terwijl in ieder kind iets schuilt wat het goed kan en graag doet. Wanneer we proberen om dat in elk kind te ontdekken, dan kan elk kind gelukkig zijn in onze klas, kan het openbloeien en zijn wie het is.
Wanneer je dan elke dag die stralende oogjes, die lieve lach en dat gelukkig kind ziet, dan weet je dat zo’n kleine inspanning niet veel moeite kost.