Dat is niet eerlijk!? Over eerlijk evalueren

We zijn het er allemaal over eens dat leerlingen eerlijk geëvalueerd moeten worden, maar wat is dat eigenlijk, eerlijk?

Deze cartoon is al lang geen onbekende meer voor leerkrachten en andere onderwijsmensen. We zijn het er ook over eens dat een vis niet kunnen vragen om in een boom te klimmen. En toch is dat wat we blijven doen, want de andere leerlingen moeten dat ook doen, anders is het niet eerlijk.

De vraag wat eerlijke evaluatie is, brengt ons ook bij de vraag WAT we eigenlijk evalueren. In principe evalueren we of een leerling de doelen in voldoende mate bereikt heeft. Die doelen vinden we in de eindtermen en de leerplandoelstellingen.

Ja, eigenlijk wel, om een diploma/getuigschrift te halen moet een leerling de vooropgestelde doelen bereikt hebben.

Mocht onderwijs zo simpel zijn, dan waren leerkrachten al lang vervangen door computers. Gelukkig weten we beter, onderwijs vraagt maatwerk, wat meer uitleg voor de ene leerling en een plaats vooraan in de klas voor de andere. Onze vis heeft een bokaal nodig en de vlinder zal achter in de klas niets zien. Logisch toch?

En toch, als ze straks moeten aantonen hoe je in een boom moet klimmen, dan moeten ze dat allemaal bewijzen door het zelf te doen. En hoe goed de vis ook weet hoe dat moet, hij zal dat onmogelijk kunnen bewijzen. Als je alle leerlingen vraagt om te bewijzen dat ze hun doelen in voldoende mate behaalden met pen en papier, dan zal dat de ene zeer schrijfvaardige leerling dat vlot doen, en de andere leerling niet. Is dat eerlijk? Kreeg deze leerling dan eerlijke kansen om de doelen te bereiken? Kon deze leerling rustig studeren thuis? Hoe zwaar woog de rugzak van deze leerling op zijn/haar leervermogen? Welke knauwen kreeg de motivatie van deze leerling? Is het dan eerlijk dat deze leerling zijn volledige jaar moet herdoen of terecht komt in de waterval?

Ja, neen en dat hangt er van af! We kennen allemaal de klassieke opties, namelijk:

  • Volledig slagen
  • Blijven zitten
  • Van richting veranderen (in de praktijk naar een theoretisch minder zware en/of meer arbeidsmarktgerichte studierichting)

 

Maar er is meer mogelijk! de wetgeving maakt best wel wat flexibiliteit mogelijk.

In het lager onderwijs is er ontzettend veel flexibiliteit mogelijk, zolang je maar binnen de regels blijft:

  • Een leerling start normaliter het lager onderwijs in september van het jaar waarin hij/zij 6 jaar wordt, maar mag, een jaar vroeger (in het jaar waarin hij/zij 5 jaar wordt) of een jaar later (het jaar dat hij/zij 7 wordt) starten, dit kan enkel met positief advies van het CLB en met toelating van de klassenraad.
  • Een leerling moet minstens 8 jaar zijn (vóór 1 januari van dat schooljaar) om het gewoon lager onderwijs te kunnen beëindigen. Leerlingen die meer tijd nodig hebben, mogen maximaal blijven tot het einde van het schooljaar dat start in het jaar waarin de leerling 14 wordt. Daarna moeten zij naar het secundair onderwijs, ook als ze de leerplandoelstellingen niet behaalden.
  • Op het einde van het gewoon lager onderwijs geef je de leerlingen die de doelen van het leerplan bereikten, een getuigschrift van lager onderwijs.

In het lager onderwijs is wettelijk gezien dus heel veel mogelijk: in 2 of 3 leerjaren tegelijk les volgen, leerjaren overslaan, 2x doen, … De evaluatie gebeurt op het einde van de rit, op basis van de eindtermen en de leerplannen (een uitbereiding van de eindtermen) lager onderwijs. Toetsen en punten kunnen hen hierbij helpen, maar zijn zeker niet verplicht. Bovendien moet een leerling de doelen ‘in voldoende mate’ behalen, een term die voor interpretatie (door de klassenraad, voorgezeten door de directie) vatbaar is. Het is belangrijk dat een school doorheen de volledige schoolloopbaan van de leerlingen open en duidelijk communiceert over hoe zij omgaan met de vrijheid die zij krijgen van de overheid.

 

Ook in het secundair onderwijs zijn er heel wat opties wat betreft eindevaluatie, of zoals dat dan heet; het toekennen van een oriënteringsattest. De school kan kiezen voor:

  • A, B en C attesten
    • A-attest: geslaagd, de leerling mag naar het volgende leerjaar
    • B-attest: de leerling kan overgaan naar het volgende leerjaar, maar wordt uitgesloten voor bepaalde studierichtingen voor het volgende schooljaar. Een leerling en diens ouders kunnen ervoor kiezen om het leerjaar over te doen in dezelfde studierichting, maar enkel als de delibererende klassenraad akkoord gaat.
    • C-attest: de leerling moet het leerjaar opnieuw doen, ongeacht een verandering van studierichting of school.
  • Structurele flexibele leerwegen
    • De school kiest ervoor om enkel op het einde van een graad te evalueren. Leerlingen en leerkrachten krijgen dus 2 leerjaren de tijd om de doelen te behalen en hebben heel wat meer ruimte om flexibel om te gaan met leerprocessen.
    • De school kan dit doen voor een bepaalde groep leerlingen, niet voor een individuele leerling.
      • Bijvoorbeeld een bepaalde graad of een bepaalde studierichting
    • Op het einde van het 1e jaar van een graad krijgen leerlingen:
      • Een attest regelmatige lesbijwoning
      • Een oriënteringsattest wanneer zij van richting of school willen veranderen
    • De school beslist om dit te doen vóór het begin van het schooljaar en neemt dit op in het schoolreglement
  • Ad hoc flexibele leerwegen
    • Een leerling met tekorten in het 1e jaar van een graad toch laten overgaan naar het 2de jaar
    • Voorwaarden:
      • Kan enkel binnen een graad
      • De doelen moeten bereikt zijn tegen het einde van het 2de jaar van een graad
      • Een leerling krijgt een attest regelmatige lesbijwoning
      • De leerkrachten van het structuuronderdeel (de studierichting binnen dat leerjaar) waarin er een tekort is moeten het eens zijn met de beslissing
    • Blijven zitten, maar al vakken opnemen van het volgende jaar
      • Een leerling blijft op papier een jaar in hetzelfde leerjaar zitten, maar krijgt vrijstelling voor de vakken waarvoor hij/zij al geslaagd is en vult de vrijgekomen lesuren in met vakken uit het volgende leerjaar.
      • Kan over de graden heen
      • Voor een diploma/getuigschrift moeten nog steeds alle doelen bereikt worden.

Het is de klassenraad die beslissingen neemt over het uitreiken van een getuigschrift basisonderwijs, een oriënteringsattest of het laten overgaan naar een volgend leerjaar (binnen een graad in het geval van het secundair onderwijs) met tekorten. In het secundair bedoelen we met ‘de klassenraad’ zowel de delibererende klassenraad van het afgelopen leerjaar als de toelatende klassenraad van het volgende leerjaar. Een klassenraad krijgt heel veel vrijheid van de wetgever, maar heeft dus ook de vrijheid om zelf te beslissen. Al moeten zij deze beslissingen wel motiveren.

Door de coronacrisis heeft de Vlaamse regering enkele nood-decreten afgevaardigd, ook voor onderwijs. Normaal gezien moet een school voor secundair onderwijs de mogelijkheden voor flexibiliteit inschrijven in haar examenreglement. Een examenreglement is deel van het schoolreglement en kan niet zomaar veranderd worden. Dankzij de coronamaatregelen mag een klassenraad en een directie uitzonderingen maken op het examenreglement. Dit kan enkel nog voor deliberaties op het einde van het schooljaar 2020-2021. Op deze manier kunnen scholen ook dit jaar nog gebruik maken van structurele of ad-hoc flexibiliteit.
Klik om meer te lezen over deze regelgeving.

Het is dus aan de klassenraad om eerlijk te evalueren en dus ook om te beslissen wat eerlijk is.

    • Is het eerlijk om alle leerlingen op dezelfde manier te evalueren en hun prestaties tegen dezelfde standaarden af te zetten? Is het eerlijk dat leerlingen die tijdens de lessen redelijke aanpassingen krijgen te evalueren zonder dat zij gebruik mogen maken van deze redelijke aanpassingen? Is het eerlijk om de vervangende, evenwaardige leerdoelen die samengaan met de redelijke aanpassingen niet mee te nemen in de evaluatie.
    • Heeft deze leerling eerlijke kansen gekregen om de doelen te behalen? Waren de omstandigheden waarin deze leerling de doelen moest behalen realistisch? Zo niet, geven we hem/haar de kans om zich bij te werken met onze hulp of gaan we weer naar af en blijft de leerling zitten?
    • Wat betekent een B- of C-attest in de schoolcarrière van deze leerling? Wat zal dit doen met de leerprestaties en de motivatie? Geven we, bij een B-attest, de leerling alsnog een kans om zich te bewijzen in zijn huidige studierichting?
    • Hoe kansrijk vullen wij het concept ‘eerlijk’ in voor onze leerlingen?