Nieuwe werkwijze ondersteuningsmodel 2019-2020

Sinds het schooljaar 2017-2018 is er een nieuw ondersteuningsmodel voor de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften ofwel kinderen met een verslag of een Gemotiveerd Verslag van kracht. Net als het gehele M-decreet is ook dit nieuwe ondersteuningsmodel, nog steeds volop in ontwikkeling. Zo zal er concreet vanaf september 2019 een nieuwe werkwijze (open-end-financiering) van kracht zijn voor de ondersteuning vanuit type 2,4,6,7.

Deze aanpassing houdt concreet in dat leerlingen die recht hebben op ondersteuning met een Verslag in het gewoon onderwijs evenveel middelen zullen genereren als leerlingen in het buitengewoon onderwijs. Leerlingen met een gemotiveerd verslag type 2, 4, 6 of 7 genereren per type een bepaald aantal omkaderingseenheden en werkingsmiddelen. Bijgevolg is het voor deze leerlingen mogelijk dat er meer ondersteuning zal zijn in het komende schooljaar dan het schooljaar voordien.

Om te kunnen inschatten hoeveel middelen de overheid moet toekennen aan de scholen, zal er twee keer geteld worden: op de eerste schooldag van oktober en op de eerste schooldag van februari. De telling in oktober vormt het gegarandeerde basispakket aan middelen van de school voor dat schooljaar. Dit basispakket zal tijdens een schooljaar niet verminderen. Wanneer de vraag op de eerste schooldag van februari groter blijkt te zijn dan in oktober, zullen de bijkomende middelen toegekend worden.

Leerlingen die op dit moment al in het bezit zijn van een Verslag of van een Gemotiveerd Verslag, kunnen komend schooljaar al op ondersteuning rekenen vanaf 1 september.


Aan de hand van enkele fictieve voorbeelden proberen we de nieuwe werkwijze concreet te maken voor ouders. Klik hier om de voorbeelden te lezen.

Omdat elke situatie uniek is, is het niet mogelijk om deze voorbeelden te veralgemenen. Wel willen we je hiermee een referentiepunt geven om voor je eigen situatie de oefening te maken. Indien je nog met vragen zou zitten, kan je steeds contact opnemen met je CLB of met een medewerker van Steunpunt voor Inclusie.