Onderwijs: Minister Crevits blijft sleutelen

De ondersteuning voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs wordt opnieuw bijgestuurd. Vanaf 1 september 2019 zal de minister een zogenaamde ‘open-end-financiering’ installeren voor de zogenaamde ‘kleine types’: 2, 4, 6 en 7.

De voorbije jaren werd opgemerkt dat de ondersteuning voor de kleine types tekoort schoot. De nood is het grootst bij leerlingen die in het bezit zijn van een verslag dat hen toegang verleent tot het buitengewoon onderwijs maar die er voor kiezen om inclusief onderwijs te volgen op de gewone school.
Ouders kregen te horen dat de middelen op waren of dat er door een nieuwe ondersteuningsvraag van een andere leerling, middelen moesten gedeeld worden. Daarnaast bleek ook dat middelen verkeerd verdeeld zaten. Sommige scholen voor buitengewoon onderwijs die instaan voor de ondersteuning gaven aan dat zij middelen te weinig hebben terwijl er bij andere net teveel bleken te zijn. Uitwisselen van deze middelen volgens het voorgestelde solidariteitsprincipe bleek in de realiteit niet te gebeuren.
Tegelijk is het hoogtijd om de ongelijkheid in middelen tussen het buitengewoon en het gewoon onderwijs op te lossen. Een leerling in het buitengewoon onderwijs krijgt nog steeds meer middelen die omgezet kunnen worden in ondersteuning dan een leerling in het gewoon onderwijs. Dit zorgt ervoor dat ouders voor een oneerlijke kunnen keuze staan.

Hieronder geven we beknopt weer wat deze regeling inhoudt, voor meer informatie verwijzen we u graag naar de bronnen voor dit artikel.

De regie

Voor deze types zal het de school voor gewoon onderwijs zijn die samen met de ouders op zoek gaat naar een school voor buitengewoon onderwijs met wie zij willen samenwerken. Dit doen zij buiten de ondersteuningsnetwerken om. Zij maken hier onderling afspraken rond en de school voor gewoon onderwijs geeft door aan het departement met wie zij zullen samenwerken. Op die manier kunnen de middelen naar de school voor buitengewoon onderwijs gestuurd worden om in te zetten bij de leerling voor wie de aanvraag gebeurd is.

Gelijke middelen voor leerlingen met een ‘verslag’

De overheid becijferde hoeveel er nodig is om een leerling die ondersteuning nodig heeft op de gewone school evenveel middelen toe te kennen als diezelfde leerling in het buitengewoon onderwijs. Daar komen ook nog werkingsmiddelen bij die zullen ingezet worden voor de praktische organisatie zoals bijvoorbeeld verplaatsingsonkosten. In de praktijk betekent dit dat er meer middelen beschikbaar zullen zijn voor leerlingen met een ‘verslag’ type 2, 4, 6 en 7. Grip communiceerde reeds hoe die nieuwe verdeling in elkaar zal zitten. Steunpunt voor Inclusie communiceert op een later tijdstip hoe zo’n regeling er praktisch kan uitzien voor een leerling.

Voor leerlingen met een gemotiveerd verslag zien we minder grote wijzigingen.

Type 7: STOS

Kinderen met een type 7 verslag STOS zullen vanaf 1 september 2019 ook in deze regeling opgenomen worden. In tegenstelling tot vroegere regelingen zullen hun ondersteuningsvragen niet meer via de ondersteuningsnetwerken gaan.

Open-end-financiering

Om voor een bepaalde flexibiliteit te zorgen, voorziet het wijzigingsdecreet in twee teldagen. Op de eerste lesdag van oktober wordt het basispakket aan ondersteuning toegekend. Als zou blijken dat op de eerste lesdag van februari, er meer leerlingen zouden zijn die ondersteuning nodig hebben dan krijgt de school voor buitengewoon onderwijs bijkomende middelen. Indien het minder leerlingen zijn, behouden zij het toegekende pakket van oktober.

Effect nog te bekijken

Onderwijs lijkt hiermee een belangrijke stap te zetten naar een eerlijkere verdeling van de middelen over gewoon en buitengewoon onderwijs. We zijn dus voorzichtig positief en zullen de komende weken verder onderzoeken wat het effect op de leerling concreet zal zijn.