Wijzigingsdecreet M

03 Jul Wijzigingsdecreet M

Nieuwe maatregelen vanaf 1 september 2018 tot verder uitvoering van het M-decreet en het ondersteuningsmodel

Op 5 juli 2017 nam het Vlaams Parlement een resolutie aan betreffende de implementatie en de start van de ondersteuningsnetwerken ter optimalisering van het M-decreet. Het nieuw ondersteuningsmodel trad op 1 september 2017 in werking dat de begeleiding geïntegreerd onderwijs (GON) en inclusief onderwijs (ION) vervangt.

Dit nieuw ondersteuningsmodel hanteert de visie dat een leerling met specifieke onderwijsbehoeften niet meer standaard een vast aantal uren begeleiding krijgt per week gedurende een bepaalde periode, zoals in GON en ION. Het is de school die samen met de ouders, het CLB en school voor buitengewoon onderwijs de ondersteuning op maat, op basis van de noden bepaalt.

Uit het rapport ‘Stand van zaken over de opstart van het ondersteuningsmodel’ verschenen in december 2017, is af te leiden dat de implementatie niet overal soepel is verlopen en dat aanpassingen zich opdringen. Vanaf 1 september 2018 worden een aantal aanpassingen doorgevoerd.

We halen even de aanpassingen aan die belangrijk zijn voor ouders van kinderen met specifieke noden:

  • Aanpassingen aan het gemotiveerd verslag
    • Type basisaanbod: Opheffing van de voorwaarde van 9 maanden verblijf in buitengewoon onderwijs

De voorwaarde dat een leerling ten minste negen maanden voltijds buitengewoon onderwijs in het type basisaanbod moet gevolgd hebben, onmiddellijk voorafgaand aan de opmaak van het gemotiveerd verslag om in aanmerking te komen voor ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk, wordt opgeheven.

De ondersteuning zal moeten geboden worden binnen de budgettaire ruimte voor het ondersteuningsmodel. Er worden geen extra middelen toegevoegd.

  • Verlaten van de diagnose als noodzakelijke voorwaarde

De voorwaarde van een diagnose om toegang te krijgen tot ondersteuning, wordt verlaten, niet alleen voor type 3 (de uitzonderingsmaatregel die tijdens het schooljaar 2017-2018 van toepassing was voor leerlingen met gedrags- en emotionele problemen) maar voor alle types. CLB’s zullen op het gemotiveerd verslag wel een type blijven aanduiden. Dit staat dan niet meer voor het feit dat de leerling een diagnose heeft, maar wel dat de leerling behoefte heeft aan specifieke deskundigheid uit één of meer types zoals omschreven in het M-decreet. Die specifieke deskundigheid die nodig is, zal in het gemotiveerd verslag omschreven moeten worden. Een wijziging van type slaat dan niet meer op een wijziging van diagnose, maar een wijziging van deskundigheid die nodig is.

Indien deskundigheid vanuit meerdere types nodig is wordt dit omschreven in het gemotiveerd verslag en wordt op het gemotiveerd verslag het meest doorslaggevende type aangeduid.

Opgelet:

    • De maatregel is alleen van toepassing in geval van een gemotiveerd verslag. Bij de opmaak van een verslag blijft een diagnose wel een voorwaarde. In geval van type 3, 4, 6, 7 en 9 wordt die afgeleverd door een externe multidisciplinaire dienst. Voor type 2 kan het CLB zelf de diagnose van verstandelijke beperking stellen.
    • Het feit dat voor gemotiveerd verslag de voorwaarde van een diagnose verlaten wordt om toegang te krijgen tot ondersteuning, doet geen afbreuk aan de waarde die diagnostiek van externe instanties kan hebben in het kader van het handelingsgericht diagnostisch traject en de beeldvorming over de leerling. Diagnostiek blijft van belang om de onderwijsbehoeften uit te klaren. Daarom kan het zijn dat het CLB in een aantal gevallen nog niet zal overgaan tot de opmaak van een gemotiveerd verslag, omdat er nog meer informatie nodig is om de onderwijsbehoeften van leerlingen goed te kunnen omschrijven en mee te bepalen welke deskundigheid aanvullend bij de ondersteuning door de school nodig is. Het kwaliteitsvol doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject blijft in alle gevallen een noodzakelijke voorwaarde.

Type basisaanbod 2 jaar

In de huidige regelgeving is voorzien dat een inschrijving in het buitengewoon onderwijs type basisaanbod slechts twee schooljaren geldig is, waarna een evaluatie moet gebeuren.

Dit wordt geherformuleerd: een inschrijving in het type basisaanbod wordt in het buitengewoon basisonderwijs op het einde van het tweede schooljaar, ongeacht op welk moment de leerling in het eerste schooljaar is ingestapt, en in buitengewoon secundair onderwijs op het einde van de opleidingsfase, geëvalueerd door de klassenraad en het CLB. Er wordt uitdrukkelijk ingeschreven dat het CLB de ouders en de leerling op een actieve wijze moeten informeren over de mogelijkheden die zich dan aandienen:

1. Terugkeer naar gewoon onderwijs: gemeenschappelijk of individueel aangepast curriculum

De klassenraad en het CLB kunnen in overleg met de ouders en met betrokkenheid van de leerling, beslissen dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, proportioneel zijn om de leerling het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs. In dat geval zal:

a. het CLB, naargelang de situatie het verslag opheffen, een gemotiveerd verslag opmaken of het bestaande verslag aanpassen via een addendum;

b. de school voor buitengewoon onderwijs en het CLB de ouders ondersteunen bij het vinden van een school voor gewoon onderwijs waar de leerling definitief wordt ingeschreven (in geval van gemotiveerd verslag) of onder ontbindende voorwaarde wordt ingeschreven (in geval van verslag);

c. maken de scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de ouders, met betrokkenheid van de leerling, afspraken over ondersteuning.

2. Verder traject in buitengewoon onderwijs

Als de klassenraad en het CLB in overleg met de ouders en met betrokkenheid van de leerling, beslissen dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zijn om de leerling het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs, motiveert het CLB dat in het verslag. Dat kan met een addendum. De inschrijving in de school voor buitengewoon onderwijs kan dan verlengd worden. In het buitengewoon basisonderwijs volgt uiterlijk na twee schooljaren opnieuw een evaluatie.

Ouders blijven, in geval van een verlenging van het verslag, ten allen tijde de keuze hebben tussen een verder traject in buitengewoon onderwijs of een overstap naar gewoon onderwijs.

  • Schrappen van de strikte IQ-grens binnen type 2

De decretale IQ-grens “kleiner of gelijk aan 60” wordt geschrapt en vervangen door “twee of meer standaarddeviaties beneden het gemiddelde ten opzichte van een normgroep van leeftijdsgenoten”. De voorwaarde wordt behouden dat leerlingen significante beperkingen dienen te hebben in het intellectueel functioneren.

  • Open end financiering type 2, 4, 6 en 7 (auditief) => kleine types

Door een stijging van het aantal aanvragen binnen type 2, 4, 6 en 7 (auditief) heeft men beslist om vanaf schooljaar 2019 – 2020 om voor deze types over te stappen naar een open end financiering. Dit wil zeggen dat de middelen afhankelijk zijn van het aantal leerlingen van het moment en niet meer afhankelijk van leerlingenaantallen op 1 februari.

De Vlaamse Regering werkt overgangsmaatregelen uit voor schooljaar 2018 – 2019. Deze zijn nog niet goedgekeurd door de Vlaamse Regering maar wel benoemd tijdens de plenaire vergadering van het Vlaams parlement op woensdagnamiddag 27 juni 2018:

Volgende principes voor bijkomende budgetten waar elke school mag op rekenen vanaf 1 september 2018:

  • Wat als uw kind van ondersteuningsschool veranderd?

Door een verloop van leerlingen van de ene school naar een andere school, is het mogelijk dat een school voor buitengewoon onderwijs een te kort aan begeleidingseenheden heeft in rato met het aantal te begeleiden leerlingen en dat een ander school voor buitengewoon onderwijs een overschot aan begeleidingseenheden heeft in rato met het aantal te begeleiden leerlingen. De scholen mogen en kunnen de begeleidingseenheden aan elkaar overdragen zodanig dat de leerlingen de ondersteuning kunnen ontvangen waar ze recht op  hebben.

  • Veranderen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs

Er worden twee situaties voorzien waarin schoolbesturen leerlingen in overcapaciteit moeten inschrijven:

  1. voor de terugkeer van een leerling naar een school voor buitengewoon onderwijs, waar die leerling in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren ingeschreven was, wanneer die leerling op eigen initiatief of op advies de overstap maakte naar een school voor gewoon onderwijs maar terug wil inschrijven in de school voor buitengewoon onderwijs;
  2. voor de terugkeer van een leerling naar een school voor gewoon onderwijs, waar die leerling in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren ingeschreven was, wanneer die leerling de overstap maakte naar een school voor buitengewoon onderwijs, maar terug wil inschrijven in de school voor gewoon onderwijs.
  • Coördinatie ondersteuningsnetwerken

Aan elk ondersteuningsnetwerk worden middelen toegekend voor coördinatie. Deze middelen komen van uit het budget van de pedagogische begeleidingsdiensten.

  • Bemiddeling en klachtenbehandeling

Momenteel zijn de kanalen waar ouders terecht kunnen voor bemiddeling of met een klacht, te weinig gekend. In de komende periode zal de overheid inspanningen leveren om deze kanalen kenbaarder te maken.

We geven ze alvast even mee:

Bemiddeling:

CLB

Indien CLB geen optie: netoverschrijdend samenwerkingsverband CLB (nieuw decreet leerlingenbegeleiding)

Beroep of klachten

Vlaamse bemiddelingscommissie: Behandelt klachten over het verslag

Commissie inzake leerlingenrechten: Behandelt klachten niet-gerealiseerde inschrijving in een school en de ontbonden inschrijving in een school

Unia: behandelt klachten over weigeren van redelijke aanpassingen

  • Vertegenwoordiging erkende ouderverenigingen en belangenorganisaties

Voor de voorbereiding, opvolging en aansturing van de invoering van het nieuwe ondersteuningsmodel werd een stuurgroep opgericht met een vertegenwoordiging van de onderwijskoepels, de onderwijsvakbonden, CLB en de overheid.

Het VN-Verdrag beklemtoont de betrokkenheid van personen met een handicap en organisaties die hen vertegenwoordigen bij materies die hen aanbelangen. Het M-decreet en het ondersteuningsmodel is zo’n materie. De overheid voorziet dat een vertegenwoordiging vanuit de erkende ouderverenigingen en vanuit belangenorganisaties van ouders van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kan worden uitgenodigd door de stuurgroep om de betrokkenheid bij beleidsvoorbereiding en -uitvoering te verhogen.