Individueel Aangepast Traject – Veelgestelde vragen Onderwijs

Op deze pagina brengen we mogelijke antwoorden op vragen over inclusief onderwijs.

In het zoeken naar antwoorden waar ouders mee aan de slag kunnen, merken we dat die antwoorden ook best veel druk en “extra werk” leggen bij ouders…

We willen geen eenrichtingsverkeer stimuleren, integendeel. Een constructieve en gelijkwaardige samenwerking tussen ouders, onderwijs- en andere betrokkenen is een belangrijk doel.

Neem gerust contact met een medewerker van Steunpunt voor Inclusie voor een gesprek of ondersteuning bij  vragen.

of stel hier je vraag

Een doorverwijzing kan niet zomaar. Aan een doorverwijzing naar het Buitengewoon Onderwijs moet een handelingsgericht diagnostisch traject van CLB vooraf gaan. Dit traject omvat o.a. observaties, verschillende gesprekken met de betrokkenen, eventueel diagnostische vragenlijsten of testen,… De CLB-medewerker betrekt jou als ouder in dat traject en bespreekt ook de uitkomst. Vraag uitleg aan je CLB-medewerker als je hier meer info over wil.

Als uitkomst van een handelingsgericht diagnostisch traject zal in overleg afgesproken worden hoe men verder de zorg voor je kind zal organiseren:

  1. De school kan zelf, op een andere manier en met andere kennis, adviezen, e.d. aan de slag.
  2. Of, er wordt een gemotiveerd verslag opgesteld. Dat geeft zicht op welke redelijke aanpassingen nodig zijn en welk soort ondersteuning nodig is om aan de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling tegemoet te komen. Er wordt beroep gedaan op personeel van een ondersteuningsnetwerk. De ondersteuner werkt leerlinggericht, klasgericht of teamgericht, om samen met leerkracht(en) en zorgcoördinator/leerlingbegeleider te zorgen dat de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum kan bijleren en eindtermen kan halen.
  3. Als duidelijk blijkt dat het gemeenschappelijk curriculum niet (meer) haalbaar is, ondanks redelijke aanpassingen en ondersteuning, wordt een verslag M-Decreet opgesteld. Daarmee kan je je kind inschrijven in het buitengewoon onderwijs, of kan het met een individueel aangepast curriculum les volgen in het gewoon onderwijs. Je hebt dus het recht om te kiezen voor inclusief onderwijs.

Heb je hierover een concrete vraag? Contacteer een medewerker van het Steunpunt.

Lees hier meer over inschrijven met een verslag M-decreet in het gewoon onderwijs.

“Ik zie wat jij niet ziet” lijkt vaak te passen bij hoe ouders de meerwaarde van de leerkracht ervaren tegenover hoe de leerkracht dit zelf aanvoelt. Om dit in beweging te brengen, geven we twee tips mee.

  1. Het leren van je kind zichtbaar maken…

Met de eindtermen en leerdoelen die alle leerlingen moeten halen in het achterhoofd, is het niet altijd simpel om groei en kleine stapjes te zien in de ontwikkeling van kinderen of jongeren die een individueel aangepast curriculum volgen. Om die andere manier van kijken te stimuleren, kan het helpen om

  • regelmatig te benoemen welke (kleine) stappen jij ziet bij je kind. Wat zie je thuis dat duidelijk op school werd aangebracht?
  • vaak te spreken over de concrete doelen die jullie voor ogen hebben, en de (tussen)stappen die je bij je kind ziet aan die doelen te verbinden.
  • op overlegmomenten (opnieuw) terug te koppelen over de (kleine) evoluties die je ziet. Zo zijn andere betrokken ook gericht op de essentie van het traject, nl. de individuele doelen.

Leerkrachten zijn vaak gewend om voornamelijk te focussen op cognitieve doelen. Vaak zijn de sociale interacties en het sociaal emotioneel leren een even belangrijk deel van (de keuze voor) inclusief onderwijs. Door zelf veel feedback te geven over de contacten en vriendschappen met klasgenoten en andere leerlingen op school, toon je de waarde ervan.

2. Het aandeel van de leerkracht in de verf zetten…

Wanneer een leerling door verschillende mensen (in de klas) ondersteund wordt, hebben leerkrachten vaak niet (meer) het idee dat dat zij “ertoe doen”. Je kan als ouder ook

de andere betrokkenen die in de klas ondersteunen, of die buiten de school aan de slag zijn met je kind, aanmoedigen om feedback te geven over wat ze zien dat je kind meeneemt uit de lessen, de band die ze zien tussen je kind en medeleerlingen, de leerkracht,…

nagaan hoe je kind zelf kan tonen aan, of delen met, de leerkracht wat het leerde. Kan de leerkracht op meerdere manieren van het kind te weten komen wat het leert in de klas en school?

Wat betekent “gewijzigde nood”?

In de regelgeving verwijst men naar

  • gewijzigde onderwijsbehoeften in het kader van een attestwijziging van het verslag
  • of wijzigende noden van leerlingen in het kader van een voorlopig verslag type 3 (emotionele en gedragsstoornissen). Lees meer over een voorlopig verslag in het ABC.

In essentie gaat het er dus om dat de leerling met een verslag andere noden heeft gekregen; wat vraagt dat de ouders, school en CLB bekijken en herorganiseren hoe de leerling daarin kan ondersteund worden om te participeren op school.
Het gaat niet over wijzigingen in de school- en/of thuiscontext, hoewel ook dan moet gekeken worden hoe men de leerling samen optimaal kan ondersteunen. Overstapmomenten zoals bijvoorbeeld van 3e kleuterklas naar 1e leerjaar of van 2e jaar naar 3e jaar secundair,… vallen niet onder de noemer “gewijzigde nood”. De manier waarop de afstemming wordt gemaakt tussen wat de leerling nodig heeft en het aanbod in de klas, verandert bij zo’n momenten natuurlijk wel.
De overgang van 6e leerjaar naar 1e middelbaar gaat telkens gepaard met een nieuwe inschrijving, en een nieuw verslag door het CLB. Dan geldt voor een leerling met een verslag wel de inschrijving onder ontbindende voorwaarde, en moet de school secundair onderwijs een afweging maken van de proportionaliteit van de redelijke aanpassingen. Voor meer info, lees hier meer.

Wie stelt vast dat er gewijzigde onderwijsbehoeften zijn?

De CLB-medewerker is verantwoordelijk voor een attestwijziging. Zowel ouder(s) als school kunnen de CLB-medewerker contacteren.

Wat betekent een attestwijziging voor het traject van mijn kind in deze school?

De ingangsdatum van de attestwijziging heeft gevolgen voor het daaropvolgende schooljaar. De school kan aan het begin van het volgende schooljaar een nieuwe proportionaliteitsafweging doen. Meer lezen over proportionaliteitsafwegingen en ontbinding van een inschrijving kan hier.
Uitzonderingen zijn mogelijk. De attestwijziging kan onmiddellijk gelden:

  • Als de leerling verhuist en ouders vinden een andere (beter passende) school.
  • Als ouders kiezen voor een andere school binnen type basisaanbod of type 9.
  • In afstemming met alle partners nadat de leerling verbleef in een residentiële setting, om medische of psychiatrische redenen, of door een plaatsing.
  • In afstemming met alle partners bij een noodzakelijke opname in een residentiële setting of een plaatsing.

Bronnen: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14368 en https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13865#3

Met een individueel aangepast curriculum (IAC) kan een diploma gehaald worden op voorwaarde dat de doelstellingen die opgenomen worden in het IAC gelijkwaardig zijn met de doelstellingen voor de andere leerlingen om het diploma te halen.

Wanneer een kind onderwijs volgt met een individueel aangepast curriculum (IAC) worden in overleg met de ouders, de leerkrachten, ondersteuners, het CLB, … individuele doelstellingen opgesteld waaraan die leerling zal werken tijdens zijn/haar onderwijsparcours. Om een diploma te halen moeten de doelstellingen van het IAC gelijkwaardig zijn aan deze van het leerprogramma van de andere leerlingen.  Het is de onderwijsinspectie die beslist of de doelstellingen al dan niet gelijkwaardig zijn.

LET op: Het is de school die de gelijkwaardigheid dient aan te vragen bij de onderwijsinspectie, en dit aan de hand van de volgende vier stappen.

  1. De klassenraad beslist om de gelijkwaardigheid van doelstellingen aan te vragen.
  2. De school dient vervolgens het verantwoordingsformulier in bij de onderwijsinspectie
  3. De onderwijsinspectie neemt een beslissing.
  4. De delibererende klassenraad beslist of de leerling de doelen van het IAC voldoende heeft bereikt.

Voor meer informatie over de te volgen procedure en/of deadlines per onderwijsniveau raadpleeg je best volgend document.
(Tip: neem dit document mee naar de school als hulpmiddel)

a) Een academie staat er niet alleen voor als leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zich willen inschrijven. De academie kan de hulp inroepen van de pedagogische begeleidingsdienst bij vragen over toegankelijkheid, redelijke aanpassingen, individueel aangepast traject,…

b) Van een academie wordt verwacht dat zij inspanningen levert om een leerling met specifieke onderwijsbehoeften het gemeenschappelijke curriculum te laten volgen. Samen met de leerling, ouders, leerkracht(en) en directeur wordt gezocht naar redelijke aanpassingen om te kunnen participeren en de beoogde competenties te kunnen verwerven. Voor leerlingen die beschikken over een gemotiveerd verslag in het leerplichtonderwijs, of erkend zijn als persoon met een handicap, kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen. De leerlingen volgen dan bepaalde vakken gedeeltelijk (minder lestijden) of helemaal niet. Ze verwerven wel alle basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie en blijven dus binnen het gemeenschappelijke curriculum. De academie bundelt in een gemotiveerd dossier het gemotiveerd verslag of een attest met erkenning van de handicap, de eventuele aanpassingen aan het lessenrooster,… Op die manier is de academie in orde wat betreft de inspectie of verificatie. De aanpassingen hebben geen gevolgen voor de regelmatigheid van de leerling of zijn financierbaarheid.

c) Voor sommige leerlingen zal een individueel aangepast curriculum nodig zijn. Dan bekijken de leerkrachten en directeur samen in een gesprek met de leerling en zijn ouders welke basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie haalbaar zijn. Indien nodig kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen, eventueel kan de leerling aansluiten bij een andere graad of leerjaar. Op basis van het gesprek schrijven de directeur en betrokken leerkrachten een motivatie om over te gaan tot een individueel aangepast curriculum. Het motivatiedocument is in de academie beschikbaar voor de verificatie en de inspectie, die hierop tijdens de doorlichting een kwaliteitstoets uitvoert. Dat motivatiedocument wordt gebundeld in een administratief dossier, samen met (een verwijzing naar) het verslag, of een attest van een overheid met de erkenning van de handicap. Leerlingen met een individueel aangepast curriculum doorlopen de verschillende graden en leerjaren zoals leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum volgen. Hoewel de doelen volledig op maat van de leerling uitgetekend worden, moeten ze een relatie moet blijven houden tot het gemeenschappelijke curriculum. Aanpassingen op organisatorisch, pedagogisch en didactisch vlak zijn aangewezen. De leerling ontvangt een leerbewijs op het einde van elke graad van een langlopende studierichting of op het einde van een kortlopende studierichting. De leerling heeft in elke graad van elk domein de mogelijkheid om de opleiding met één extra leerjaar te verlengen.

d) Leerlingen met een beperking die in het leerplichtonderwijs een individueel aangepast curriculum volgen, hoeven niet per definitie in het DKO een individueel aangepast curriculum volgen. Het is perfect mogelijk dat voor sommige leerlingen hun beperking geen belemmering vormt om het gemeenschappelijk curriculum te volgen. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die ondanks redelijke aanpassingen niet goed kunnen functioneren in het gemeenschappelijke curriculum wel hebben recht op een individueel aangepast curriculum.

e) De academie kan leerlingen met een beperking niet zomaar weigeren om zich in te schrijven omwille van die beperking. Als de academie haar openheid tot overleg, haar oplossingsgerichte houding, haar inspanning om tot een zo objectief mogelijke afweging te komen (bv. door het betrekken van een onafhankelijke deskundige) kan aantonen, en ondanks deze inspanningen geen traject op maat kan aanbieden, kan ze overwegen om de leerling door te verwijzen naar andere opleidingsverstrekkers (zoals bijvoorbeeld muziektherapie, kunsttherapie, culturele verenigingen,…).

Bron: Omzendbrief Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het deeltijds kunstonderwijs, referentie DKO/2014/02.