Van zoektocht tot inschrijving – veelgestelde vragen Onderwijs

Op deze pagina brengen we mogelijke antwoorden op vragen over inclusief onderwijs.

In het zoeken naar antwoorden waar ouders mee aan de slag kunnen, merken we dat die antwoorden ook best veel druk of “werk” leggen bij ouders.

We willen geen eenrichtingsverkeer stimuleren, integendeel. Een constructieve, evenwichtige en gelijkwaardige samenwerking tussen ouders, onderwijs- en andere betrokkenen is een belangrijk streefdoel, in onze ogen.

Neem gerust contact met een medewerker van Steunpunt voor Inclusie voor een gesprek of ondersteuning bij vragen.

of stel hier je vraag

Hou rekening met wat voor jou als ouder praktisch haalbaar is: afstand, vervoersmogelijkheden, mogelijkheden voor naschoolse opvang,…

Maak een keuze op basis van het pedagogisch project van een school: kan je je vinden in de visie van de school of scholengroep? Heb je informatie over hoe de school zorg organiseert? Op de website van een school, via andere ouders, op een opendeurdag of tijdens een verkennend gesprek, kan je hier alvast meer over te weten komen.

Neem ruim de tijd, indien mogelijk, om een school te zoeken. Dat geeft jou als ouder ruimte om echt te kiezen, en geeft de school mogelijkheden naar groeien in de mindset, samen afspraken maken en voorbereidingen treffen.

Zijn er in jouw gemeente registratiesystemen voor toekenning van een school? Neem deel aan de procedure zoals de anderen. Plan dus ook gerust een (aantal) verkennende gesprek(ken), en baseer je keuze (top 3 of meer) op hoe deze gesprekken verlopen.

Een verkennend gesprek geeft zowel jou als ouder, als de school, de mogelijkheid om een goed beeld te krijgen.

Denk op voorhand na wat je wil vragen aan de school. Bijvoorbeeld: hoe organiseren ze de zorg voor leerlingen? Is er ervaring met individuele trajecten? Hoe gaat de school om met pesten? Hoe wordt er geëvalueerd? Maak ook reeds je verwachtingen duidelijk.

De school zal willen weten welke specifieke onderwijsbehoeften jouw kind heeft en hoe ze daar aan tegemoet kunnen komen. Soms heb je daar als ouder reeds antwoorden op, vaak is dat net een zoektocht waar je de school als partner in wil betrekken. Geef gerust al suggesties mee, of stel voor om bij uitwisseling met een vorige leerkracht voor indien dit kan inspireren.
Vaak willen scholen ook je motivatie voor inclusief onderwijs en de voorgeschiedenis van je kind kennen. Geef aan wat je (in een eerste gesprek) kwijt wil.

Benadruk ook de sterktes en mogelijkheden: wat doet je kind graag, wat kan je kind goed, waarin heeft je kind veel interesse,…

Je kan eventueel een vertrouwenspersoon meenemen naar een eerste gesprek met een school. Bijvoorbeeld een therapeut, een thuisbegeleider, een begeleider uit de kinderopvang, een medewerker van het Steunpunt voor Inclusie,…

Neem je je kind mee of niet? Als je ervoor kiest om dit bij een eerste gesprek nog niet te doen, neem eventueel een foto of kort filmpje mee dat een goed beeld geeft. Het is voor een school fijn om te weten over wie het gaat.

In een eerste gesprek kan niet alles gezegd en afgesproken worden, maar een basis aan vertrouwen en eerlijke communicatie wordt daar reeds gelegd. Leg vast hoe jullie verder afspreken.

Plan je op verschillende scholen een gesprek? Probeer dezelfde zaken te bespreken. Dat laat je toe om te vergelijken.

Ga na op welke grond jouw vraag tot inschrijving geweigerd wordt.

– Voldoet je kind niet aan de toelatingsvoorwaarden?
– Is er geen plaats meer in de school?
– Vermoed men dat je kind afwisselend naar twee verschillende scholen gaat?
– Werd je kind er uitgesloten als tuchtsanctie?
– Zijn er specifieke afspraken binnen het Lokaal Overlegplatform (LOP) naar aanleiding van een tuchtsanctie op een vorige school? Meer info over wat het LOP doet lees je hier.
– Heeft je kind een verslag M-decreet, en oordeelt men na afweging van de proportionaliteit van de redelijke aanpassingen, om de inschrijving te ontbinden (ongedaan maken)?

Voor kinderen met een gemotiveerd verslag geldt een onverkort inschrijvingsrecht. Dit betekent dat een school niet mag weigeren omwille van dat gemotiveerd verslag. Je hebt als ouder dus het recht om in te schrijven.

Voor kinderen met een verslag M-decreet is er de inschrijving onder ontbindende voorwaarden. Dit betekent dat tot 60 dagen na de start van de lessen de inschrijving voorwaardelijk is. Lees meer op deze pagina.

Een school kan (zonder veel woorden) te kennen geven dat ze je kind niet willen inschrijven. Dit noemen we weigeringen onder tafel. Probeer helder te krijgen waar de weerstand mee te maken heeft.

– Kan je zelf nog vragen beantwoorden?
– Heeft de school nood aan andere ondersteuning? CLB, pedagogische begeleidingsdienst of Steunpunt voor Inclusie kan hier mogelijk een rol spelen.

Indien een school jouw kind weigert, dient ze jou een officieel formulier te bezorgen: “Mededeling van niet-realiseerde inschrijving of ontbinding van een inschrijving”. Dring daar gerust op aan. Hoe dit formulier er uitziet kan je hier bekijken.

Je kan bemiddeling aanvragen bij het LOP binnen de 10 dagen nadat je de mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving kreeg. Ligt de school buiten een LOP-gebied, contacteer de provinciale bemiddelingscel. Contactgegevens van een LOP kan je hier terugvinden.

Je kan klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten als je niet akkoord bent met de weigering tot inschrijving of als je vermoed dat de ontbinding niet correct is verlopen. De contactgegevens en meer info over de Comissie inzake Leerlingenrechten vind je hier.

Lees meer op https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/mag-een-school-weigeren-om-mij-in-te-schrijven

Contacteer gerust een medewerker van Steunpunt voor Inclusie met je concrete vragen.

Lees hier meer over inschrijven met een verslag M-decreet in het gewoon onderwijs.

a) Een academie staat er niet alleen voor als leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zich willen inschrijven. De academie kan de hulp inroepen van de pedagogische begeleidingsdienst bij vragen over toegankelijkheid, redelijke aanpassingen, individueel aangepast traject,…

b) Van een academie wordt verwacht dat zij inspanningen levert om een leerling met specifieke onderwijsbehoeften het gemeenschappelijke curriculum te laten volgen. Samen met de leerling, ouders, leerkracht(en) en directeur wordt gezocht naar redelijke aanpassingen om te kunnen participeren en de beoogde competenties te kunnen verwerven. Voor leerlingen die beschikken over een gemotiveerd verslag in het leerplichtonderwijs, of erkend zijn als persoon met een handicap, kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen. De leerlingen volgen dan bepaalde vakken gedeeltelijk (minder lestijden) of helemaal niet. Ze verwerven wel alle basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie en blijven dus binnen het gemeenschappelijke curriculum. De academie bundelt in een gemotiveerd dossier het gemotiveerd verslag of een attest met erkenning van de handicap, de eventuele aanpassingen aan het lessenrooster,… Op die manier is de academie in orde wat betreft de inspectie of verificatie. De aanpassingen hebben geen gevolgen voor de regelmatigheid van de leerling of zijn financierbaarheid.

c) Voor sommige leerlingen zal een individueel aangepast curriculum nodig zijn. Dan bekijken de leerkrachten en directeur samen in een gesprek met de leerling en zijn ouders welke basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie haalbaar zijn. Indien nodig kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen, eventueel kan de leerling aansluiten bij een andere graad of leerjaar. Op basis van het gesprek schrijven de directeur en betrokken leerkrachten een motivatie om over te gaan tot een individueel aangepast curriculum. Het motivatiedocument is in de academie beschikbaar voor de verificatie en de inspectie, die hierop tijdens de doorlichting een kwaliteitstoets uitvoert. Dat motivatiedocument wordt gebundeld in een administratief dossier, samen met (een verwijzing naar) het verslag, of een attest van een overheid met de erkenning van de handicap. Leerlingen met een individueel aangepast curriculum doorlopen de verschillende graden en leerjaren zoals leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum volgen. Hoewel de doelen volledig op maat van de leerling uitgetekend worden, moeten ze een relatie moet blijven houden tot het gemeenschappelijke curriculum. Aanpassingen op organisatorisch, pedagogisch en didactisch vlak zijn aangewezen. De leerling ontvangt een leerbewijs op het einde van elke graad van een langlopende studierichting of op het einde van een kortlopende studierichting. De leerling heeft in elke graad van elk domein de mogelijkheid om de opleiding met één extra leerjaar te verlengen.

d) Leerlingen met een beperking die in het leerplichtonderwijs een individueel aangepast curriculum volgen, hoeven niet per definitie in het DKO een individueel aangepast curriculum volgen. Het is perfect mogelijk dat voor sommige leerlingen hun beperking geen belemmering vormt om het gemeenschappelijk curriculum te volgen. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die ondanks redelijke aanpassingen niet goed kunnen functioneren in het gemeenschappelijke curriculum wel hebben recht op een individueel aangepast curriculum.

e) De academie kan leerlingen met een beperking niet zomaar weigeren om zich in te schrijven omwille van die beperking. Als de academie haar openheid tot overleg, haar oplossingsgerichte houding, haar inspanning om tot een zo objectief mogelijke afweging te komen (bv. door het betrekken van een onafhankelijke deskundige) kan aantonen, en ondanks deze inspanningen geen traject op maat kan aanbieden, kan ze overwegen om de leerling door te verwijzen naar andere opleidingsverstrekkers (zoals bijvoorbeeld muziektherapie, kunsttherapie, culturele verenigingen,…).

Bron: Omzendbrief Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het deeltijds kunstonderwijs, referentie DKO/2014/02.