Redelijke aanpassingen & ondersteuning – Veelgestelde vragen Onderwijs

Op deze pagina brengen we mogelijke antwoorden op vragen over inclusief onderwijs.

In het zoeken naar antwoorden waar ouders mee aan de slag kunnen, merken we dat die antwoorden ook best veel druk of “werk” leggen bij ouders.

We willen geen eenrichtingsverkeer stimuleren, integendeel. Een constructieve, evenwichtige en gelijkwaardige samenwerking tussen ouders, onderwijs- en andere betrokkenen is een belangrijk streefdoel, in onze ogen.

Neem gerust contact met een medewerker van Steunpunt voor Inclusie voor een gesprek of ondersteuning bij deze en andere vragen.

of stel hier je vraag

Bespreek dit met de leerkracht(en), zorgcoördinator/leerlingbegeleider. Ervaren zij ook dat jouw kind meer ondersteuning nodig heeft?
– Probeer heel concreet te tonen waar je kind op vastloopt en geef aan wat jij daarvoor als oplossing ziet.
– Betrek eventueel ook je CLB-medewerker en stuur aan op overleg over wat er bijkomend nodig is.
– Brainstorm samen over manieren waarop jullie kunnen tegemoet komen aan de noden van de leerling. Denk in eerste plaats aan redelijke aanpassingen.
– Is er reeds een ondersteuner betrokken?
o Het kan goed zijn dat voor jouw kind nog niet de maximale “ondersteuningstijd” werd ingezet. CLB-medewerker en ondersteuner hebben zicht op de mogelijkheid tot eventuele uitbreiding.
o Het aantal uren dat maximaal kan worden ingezet vanuit Onderwijs om een leerling in het gewoon onderwijs te ondersteunen ligt vast. Meer info daarover vind je in dit nieuwsbericht.
– Is er nog geen sprake van ondersteuning uit het ondersteuningsnetwerk?
o Bespreek met de CLB-medewerker of deze vraag de start van een handelingsgericht diagnostisch traject kan zijn. Daarin wil CLB beter zicht krijgen op het functioneren van de leerling binnen zijn context, om samen met leerling, ouders, schoolteam, CLB,… het aanbod beter af te stemmen op de zorgvraag.
– Soms liggen er mogelijkheden in het werken met vrijwilligers, stagiairs, therapeuten die tijdens de schooluren komen. Bekijk samen wat interessant en haalbaar is.

Speciale onderwijsleermiddelen?

Speciale onderwijsleermiddelen zijn hulpmiddelen voor leerlingen, studenten en cursisten met een functiebeperking in het gewoon basisonderwijs, gewoon secundair onderwijs (ook duaal leren!), hoger onderwijs en volwassenenonderwijs.

We baseren ons op de info op https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/SOL

Waarover gaat het precies?

– Omzettingen of aanpassingen van leerboeken of studiemateriaal

o Voor een visuele of andere beperking: omzetting naar (digitale) braille, naar (digitale) grootletterdruk of vergrotende kopieën
o Tolken voor doven en slechthorenden: een aantal uren ondersteuning van een tolk Vlaamse Gebarentaal, een aantal uren ondersteuning van een schrijftolk

– Technische apparatuur (basis- en secundair onderwijs)

o Brailleleesregels, leesloepen voor een visuele beperking
o Aangepaste tafels en stoelen voor een fysieke of visuele beperking

– Kopieën van notities van medeleerlingen, -studenten, -cursisten

o Voor een auditieve beperking

Wie vraagt de financiering aan?

In het basis- en secundair onderwijs: de directie van een school. Een van de ouders moet de aanvraag mee ondertekenen, of de meerderjarige leerling zelf. De aanvraag gebeurt bij:

Agentschap voor Onderwijsdiensten
Cel Speciale Onderwijsleermiddelen
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel

Ook een hogeschool of universiteit, een centrum voor volwassenenonderwijs en een centrum voor basiseducatie kunnen financiering aanvragen voor hun studenten of cursisten met een functiebeperking.

Wat mijn kind nodig heeft, hoort daar niet bij…

Gaat het over handicap-specifieke hulpmiddelen?

Bekijk deze pagina van het VAPH voor meer info: https://www.vaph.be/hulpmiddelen/algemeen

Gaat het over didactische materialen die de dagdagelijkse lessen ondersteunen?

De school dient hierin te voorzien. Meer info op https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/ouders/kosten-en-schooltoelagen/wat-kost-naar-school-gaan/in-het-kleuter-en-lager-onderwijs/gratis-materiaal

Veel leerlingen hebben recht op gratis software en digitale schoolboeken! Lees meer info bij Sensotec en Eureka en kijk of je in aanmerking komt.

Elke aanpassing die tegemoet komt aan de beperking is in se redelijk. Of het geheel van de aanpassingen proportioneel is of niet, kan beoordeeld worden. Daarvoor zijn criteria:

  • de financiële impact van de aanpassing
  • de frequentie en duur van het gebruik van de aanpassing
  • de impact op de organisatie
  • de impact op de omgeving en de andere leerlingen
  • de impact op de levenskwaliteit van de leerling
  • het ontbreken van gelijkwaardige alternatieven
  • het niet naleven van geldende maatregelen of wettelijke verplichtingen

Deze criteria moeten in samenhang bekeken worden, in overleg met alle betrokkenen. Lees in detail na via o.a. https://www.unia.be/files/Documenten/Publicaties_docs/Kwaliteitsvol_inclusief_onderwijs_in_belang_kind.pdf

Als er weerstand komt om een aanpassing te maken, is het goed om zoveel mogelijk in detail te zoeken wat maakt dat men de aanpassing als onredelijk ervaart.

Soms helpt het om terug te keren naar de start. Redelijke aanpassingen maken een brug tussen de persoon (A) en de verwachtingen van de omgeving (B). Welke mogelijkheden zijn er om van A naar B te gaan?
Volgende criteria zijn richtinggevend in het overleg:

  • Een redelijke aanpassing moet tegemoet komen aan de ondersteuningsbehoeften of specifieke onderwijsbehoeften van een kind of jongere.
  • Het doel van de redelijke aanpassing is dat de leerling kan deelnemen aan de taak, activiteit, het lesgebeuren, de uitstap van de groep.
  • De redelijke aanpassing is gericht op het verhogen van zelfstandigheid.
  • Ze moet de veiligheid en waardigheid van de leerling garanderen.
  • Sluit de aanpassing aan op de voorkeuren van de leerling?

Tips:

  • Laat je inspireren door ouders en scholen die vergelijkbare zoektochten hebben afgelegd.
  • Laat een “buitenstaander” dit gesprek ondersteunen, vb. iemand pedagogische begeleidingsdienst,… Dit kan nieuwe inzichten geven.
  • Hoe meer ideeën er komen, hoe beter. Het kan helpen om een brainstormtechniek te gebruiken. Lees meer op bijv. http://www.planp.be/.
  • Verken hulpbronnen die al in de klas of op de school aanwezig zijn om de aanpassing vorm te geven.
  • Probeer tot heldere afspraken te komen:
    • Wie doet wat om deze aanpassing te realiseren?
    • Wanneer wordt een aanpassing geëvalueerd en bijgestuurd?

Kan je de leerling zelf bevragen? Kunnen leerling en klasgenoten samen nadenken? Niet alleen de uitkomst van een gesprek is waardevol, maar ook het proces van samen met de groep te denken over wat elke leerling nodig heeft, geeft zuurstof aan de klas-als-groep.

Wat kan je als ouder(s) meegeven dat werkt in het gezin? Hoe ga je thuis aan de slag bij huistaken, met regels, in het spelen tussen broers en zussen,…

De ondersteuner kan collega’s aanspreken om nieuwe ideeën aan te brengen. Ook als er (nog) geen ondersteuner actief is, kan het ondersteuningsnetwerk aangesproken worden om advies te formuleren bij een vraag. Elk ondersteuningsnetwerk heeft een aanspreekpunt voor ouders.

De CLB-medewerkers kunnen meedenken en putten uit ervaringen in andere situaties. Hetzelfde geldt voor de competentiebegeleider van de pedagogische begeleidingsdienst. CLB-medewerker kan zowel door ouder als door school aangesproken worden. De pedagogische begeleidingsdienst kan enkel door de school ingeschakeld worden.

Grootouders, brussen, PAB-assistent, leider in vereniging of trainer uit sportclub, therapeut (logopedist, kinesist,…), kortom: wie vaak (buiten de school) aan de slag is met jouw kind kan vaak verfrissende tips geven. Wat bij hen “werkt”, kan een startpunt zijn om een nieuwe aanpassing vorm te geven en uit te proberen.