Veel gestelde vragen – Vrije tijd

Op deze pagina beantwoorden we een aantal vaakgestelde vragen over inclusieve vrije tijd.

Heb je zelf een vraag of wil je ondersteuning bij je zoektocht?

Contacteer een medewerker van Steunpunt voor Inclusie!

FAQ voor Ouders

Belangrijk om te weten is dat jouw kind het recht heeft om te participeren in de (vrije tijds)organisatie van zijn/haar keuze. Het Gelijke Kansen decreet maakt duidelijk dat discriminatie op basis van handicap niet kan, en dat redelijke aanpassingen moeten gemaakt worden. Dit decreet geldt voor alle Vlaamse beleidsdomeinen, dus ook voor de beleidsdomeinen Jeugd, Sport, Cultuur, …

Lang niet elke vrijetijdsorganisatie heeft een traditie in het vormgeven aan redelijke aanpassingen. Vaak is het voor een organisatie de eerste keer dat ze zo’n vraag krijgen. Veel organisaties kunnen hiervoor beroep doen op hun overkoepelende organisatie: bv. Sport Vlaanderen, het Nationaal Secretariaat van de jeugdbeweging, …

Sommige ouders willen liever nog niet teveel vertellen over hun kind en zien wel hoe het loopt. Andere ouders willen graag zoveel mogelijk info meegeven. Doe vooral waar jij jou best bij voelt!

Hoe kan jij je als ouder voorbereiden op het eerste contact? We geven enkele tips mee:

  • Denk na over wat jij verwacht van de organisatie. Waarom wil je jouw kind laten participeren? Bv. meer bewegen, erbij horen, mogen zijn wie je bent tussen je leeftijdsgenootjes, …
  • Heb je voldoende info over hun aanbod of activiteiten?

Bijvoorbeeld: Hoe groot is de groep? Hoeveel begeleiders zijn er voorzien? Hoe zijn de leeftijdsgroepen ingedeeld? Hoe lang duurt de activiteit? Is de locatie rolstoeltoegankelijk?

  • Welke redelijke aanpassingen zijn er hierbij nodig voor jouw kind? Welke tips kan je hier rond meegeven aan de begeleiders, vanuit jouw ervaring thuis of op school?
    Vb. Thuis herinneren we haar er regelmatig aan om naar het toilet te gaan.
    Vb. In de klas neemt een klasgenootje hem bij de hand mee naar het lokaal.
    Vb. De juf spreekt hem nog eens individueel aan (‘Jan, nu goed luisteren, hé!’) als het moment er is om te luisteren naar de opdracht.
  • Wat kan de organisatie van jou verwachten? Welke info wil jij hen graag meegeven?
  • Hoe communiceert de organisatie met ouders? Hoe wil jij graag met hen communiceren? Wil je graag eens een voorafgaand verkennend gesprek?
  • Wil je graag dat de ondersteuner/PAB-assistent van je kind ondersteunt bij de activiteiten? Een ondersteuner mag niet geweigerd worden. Het is echter aan te raden om dit vooraf te bespreken met de organisatie, zodat zij hiervan op de hoogte zijn.

 

Heb je vragen?
Bereid je een gesprek liever samen voor?
Wissel je graag ervaringen uit met andere ouders?
Wil je contactgegevens van personen uit ondersteunende diensten?
Of wil je gewoon graag je verhaal kwijt?

Neem contact op met astrid@oudersvoorinclusie.be 

Ja! Het Gelijke Kansen decreet maakt duidelijk dat discriminatie op basis van handicap niet kan, en dat redelijke aanpassingen moeten gemaakt worden. Dit decreet geldt voor alle Vlaamse beleidsdomeinen, en dus ook voor Beleidsdomein Jeugd (waaronder jeugdbewegingen vallen). Lees de volledige tekst van het decreet hier.

Lang niet elke jeugdbeweging heeft een traditie in het vormgeven aan redelijke aanpassingen. Vaak is het voor een leidingsploeg de eerste keer dat ze zo’n vraag krijgen.

Jeugdbewegingen kunnen vragen aan hun nationaal secretariaat om hen hierin te ondersteunen of ze kunnen op zoek gaan naar ondersteuning of inspiratie bij externe organisaties zoals Jeugdwerk voor Allen of de toolbox diversiteit van De Ambrassade.

Als ouder ben je misschien op zoek naar een jeugdbeweging, of bots je op moeilijkheden bij de groep waar jouw kind nu is bij aangesloten. Medewerkers van Steunpunt voor Inclusie kunnen je hierin ondersteunen. Neem contact op via https://www.oudersvoorinclusie.be/steunpunt-contact/

Laat je inspireren door het filmpje van Felix in de jeugdbeweging! (https://www.oudersvoorinclusie.be/doe-gewoon/)

Sport Vlaanderen beschikt over een aantal G-sportconsulenten per provincie. Zij moeten sporters met een beperking helpen toeleiden naar een geschikt aanbod. In de praktijk betekent dat meestal dat zij op zoek gaan naar een aparte G-sportwerking in de omgeving.

Daarom is het goed dat je meteen aangeeft dat je inclusief wil sporten. Lijst daarbij al op, welke sporten in aanmerking komen en bij welke clubs je graag op gesprek zou gaan. Vraag hierbij aan de G-sportconsulent om jou te ondersteunen bij een eerste contactname. Vermeld hierbij dat je ook Steunpunt voor Inclusie zal vragen om advies.

Medewerkers van Steunpunt voor Inclusie hebben heel wat expertise in het ondersteunen van ouders en jongeren in het realiseren van inclusie. Neem ook met hen contact op!

Contactgegevens van de G-sportconsulenten: https://www.sport.vlaanderen/g-sport/hoe-kunnen-wij-helpen/contacteer-de-g-sport-consulent/

Medewerkers van Steunpunt voor Inclusie kunnen je hierin ondersteunen. Neem contact op via https://www.oudersvoorinclusie.be/steunpunt-contact/

De European Disability Card is een pilootproject dat wil bijdragen aan participatie van personen met een beperking op vlak van vrije tijd, cultuur en sport. In 8 deelnemende Europese landen werd eenzelfde kaart ingevoerd waarmee mensen met een beperking kortingen of faciliteiten kunnen krijgen. De kaart is in deze landen geldig: Cyprus, Estland, Finland, Italië, Malta, Roemenië en Slovenië.

Pretparken, musea, sportcomplexen,… zijn vrij om als deelnemende organisatie voordelen te bieden en dus het label van de European Disability Card te gebruiken. Ze kiezen ook zelf welke deze voordelen zijn. Je vindt een lijst met deelnemende partners op deze pagina (https://eudisabilitycard.be/nl/de-partners-van-de-european-disability-card)

Je kan de kaart aanvragen als je (of je kind) een erkende handicap heeft. Meer info over aanvragen van de kaart, vind je hier (https://eudisabilitycard.be/nl/waar-aanvragen)

Lees alle info op https://eudisabilitycard.be/nl

Momenteel wordt onderzoek gedaan naar hoe de pilootfase verloopt in België. Samen met de vakgroep Orthopedagogiek van UGent ondersteunen we dit onderzoek.

a) Een academie staat er niet alleen voor als leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zich willen inschrijven. De academie kan de hulp inroepen van de pedagogische begeleidingsdienst bij vragen over toegankelijkheid, redelijke aanpassingen, individueel aangepast traject,…

b) Van een academie wordt verwacht dat zij inspanningen levert om een leerling met specifieke onderwijsbehoeften het gemeenschappelijke curriculum te laten volgen. Samen met de leerling, ouders, leerkracht(en) en directeur wordt gezocht naar redelijke aanpassingen om te kunnen participeren en de beoogde competenties te kunnen verwerven. Voor leerlingen die beschikken over een gemotiveerd verslag in het leerplichtonderwijs, of erkend zijn als persoon met een handicap, kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen. De leerlingen volgen dan bepaalde vakken gedeeltelijk (minder lestijden) of helemaal niet. Ze verwerven wel alle basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie en blijven dus binnen het gemeenschappelijke curriculum. De academie bundelt in een gemotiveerd dossier het gemotiveerd verslag of een attest met erkenning van de handicap, de eventuele aanpassingen aan het lessenrooster,… Op die manier is de academie in orde wat betreft de inspectie of verificatie. De aanpassingen hebben geen gevolgen voor de regelmatigheid van de leerling of zijn financierbaarheid.

c) Voor sommige leerlingen zal een individueel aangepast curriculum nodig zijn. Dan bekijken de leerkrachten en directeur samen in een gesprek met de leerling en zijn ouders welke basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie haalbaar zijn. Indien nodig kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen, eventueel kan de leerling aansluiten bij een andere graad of leerjaar. Op basis van het gesprek schrijven de directeur en betrokken leerkrachten een motivatie om over te gaan tot een individueel aangepast curriculum. Het motivatiedocument is in de academie beschikbaar voor de verificatie en de inspectie, die hierop tijdens de doorlichting een kwaliteitstoets uitvoert. Dat motivatiedocument wordt gebundeld in een administratief dossier, samen met (een verwijzing naar) het verslag, of een attest van een overheid met de erkenning van de handicap. Leerlingen met een individueel aangepast curriculum doorlopen de verschillende graden en leerjaren zoals leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum volgen. Hoewel de doelen volledig op maat van de leerling uitgetekend worden, moeten ze een relatie moet blijven houden tot het gemeenschappelijke curriculum. Aanpassingen op organisatorisch, pedagogisch en didactisch vlak zijn aangewezen. De leerling ontvangt een leerbewijs op het einde van elke graad van een langlopende studierichting of op het einde van een kortlopende studierichting. De leerling heeft in elke graad van elk domein de mogelijkheid om de opleiding met één extra leerjaar te verlengen.

d) Leerlingen met een beperking die in het leerplichtonderwijs een individueel aangepast curriculum volgen, hoeven niet per definitie in het DKO een individueel aangepast curriculum volgen. Het is perfect mogelijk dat voor sommige leerlingen hun beperking geen belemmering vormt om het gemeenschappelijk curriculum te volgen. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die ondanks redelijke aanpassingen niet goed kunnen functioneren in het gemeenschappelijke curriculum wel hebben recht op een individueel aangepast curriculum.

e) De academie kan leerlingen met een beperking niet zomaar weigeren om zich in te schrijven omwille van die beperking. Als de academie haar openheid tot overleg, haar oplossingsgerichte houding, haar inspanning om tot een zo objectief mogelijke afweging te komen (bv. door het betrekken van een onafhankelijke deskundige) kan aantonen, en ondanks deze inspanningen geen traject op maat kan aanbieden, kan ze overwegen om de leerling door te verwijzen naar andere opleidingsverstrekkers (zoals bijvoorbeeld muziektherapie, kunsttherapie, culturele verenigingen,…).

Bron: Omzendbrief Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het deeltijds kunstonderwijs, referentie DKO/2014/02.

Bekijk onze inspirerende verhalen over leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften in het DKO:

Ayco houdt van zingen

 

Impulsen voor inclusie: Lara geeft les in de tekenacademie

 

Sofie in het kunstatelier

Inclusie, als muziek in de oren: een coördinator in de academie vertelt

Neen, Steunpunt voor Inclusie is niet tegen doelgroepspecifieke vrije tijd. Wij vinden dat ouders en hun kinderen moeten kunnen kiezen voor een vrijetijdsbesteding die hen het beste ligt. Soms hebben kinderen en jongeren met een beperking nood aan contact met anderen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden. Dan moet een keuze voor doelgroepspecifieke vrije tijd uiteraard mogelijk zijn.

Het probleem is echter dat deelnemen aan inclusieve vrije tijd veel moeizamer verloopt dan deelnemen aan doelgroepspecifieke vrije tijd. Er is dus geen eerlijke keuze tussen de twee.

Ouders die nu willen kiezen voor inclusieve vrije tijd botsen op te grote drempels. Uit getuigenissen van ouders en vrijetijdsorganisaties kon Steunpunt voor Inclusie negen participatiedrempels blootleggen. Het volledige rapport kan je hier lezen.

  1. Ouders voelen zich alleen in hun keuze voor inclusie
  2. De vrije tijd van ouders is sterk verbonden met de vrije tijd van hun kinderen
  3. Ouders ervaren dat er geen gelijke keuze is tussen inclusieve en doelgroepspecifieke vrije tijd
  4. Ouders moeten overtuigen om hun kind in te schrijven
  5. Ouders ervaren bij organisaties een passieve invulling van inclusie
  6. Ouders, en organisaties, zoeken evenwicht tussen het informele karakter van vrije tijd en de nood aan duidelijke afspraken
  7. Ouders willen de zoektocht naar redelijke aanpassingen aangaan vanuit een gedeeld partnerschap met de organisatie
  8. Diversiteitsdenken i.f.v. de noden van kinderen en jongeren met een beperking wordt nog onvoldoende toegepast
  9. De complexiteit van verschillende factoren samen vraagt van ouders onredelijke inspanningen en mogelijkheden

Daarom werken wij bij Steunpunt voor Inclusie aan het toegankelijker maken van inclusieve vrije tijd zonder daarbij de waarde van doelgroepspecifieke vrije tijd te miskennen.

Mijn dochter met een ondersteuningsnood zou graag doorstromen naar de leiding.
Mijn zoon is 18 jaar, werkt graag met kinderen en is erg creatief. Kan hij bij de jeugdbeweging een engagement opnemen?
We krijgen als organisatie de vraag of een jongere met ondersteuningsnoden ook in de leidingsploeg kan komen. Hoe pakken we dat aan?

Tuurlijk kan dat!

Op zoek naar andere voorbeelden, inspiratie en tips&tricks? Neem alvast een kijkje op de websites hieronder. Deze organisaties hebben hier al ervaring mee.

Of neem contact op met ons, dan bekijken we jouw specifieke vraag en gaan samen op zoek!!

Vrijetijdsorganisaties draaien vaak op enthousiaste, jonge vrijwilligers die in hun eigen vrije tijd andere kinderen of jongeren een leuke tijd willen geven. In zo een informele setting is het soms een uitdaging om vlotte communicatie te onderhouden. Maar als ouder wil je uiteraard graag meegeven waar je kind goed in is, waar hij/zij ondersteuning bij nodig heeft, of waar de leiding best kan op letten op kamp. Of je hebt enkele gouden tips hoe je kind te motiveren is.

Hoe kan je het aanpakken om een vlotte communicatie met de jonge leiding, trainers of animatoren op te starten en te onderhouden? Er bestaat geen gouden formule, maar we geven graag enkele tips mee:

  • Welke communicatiekanalen gebruikt de vrijetijdsorganisatie naar ouders toe? Plannen zij bv. huisbezoeken in bij nieuwe leden? Vraag of dit bij de start van elk jaar of voor het kamp kan plaatsvinden zodat je nog eens belangrijke bezorgdheden en tips kan meegeven over je kind.

Gebruikt de organisatie email als voornaamste communicatiekanaal? Kan je via deze weg jouw ‘ei’ kwijt als ouder? Of kan je via email vragen op welk moment jullie elkaar eens kunnen bellen of live samenzitten? Of misschien is een online videochat wel een mogelijkheid?

  • Gezien de informele setting, kan een babbel voor of na de activiteit misschien ook? Vraag even aan de leiding wat voor hen het makkelijkste is: Willen ze voor de activiteit nog snel wat materiaal klaar leggen? Dan maken ze misschien liever nadien tijd voor jou.
  • Wanneer je de trainer of leiding te pakken krijgt, spreek af hoe je hen snel kan bereiken als je iets wil meegeven. Maak bv. een whatsappgroepje aan met de leiding en jullie als ouder. Dan kan je net voor de activiteit nog even aangeven dat je zoon/dochter niet goed heeft geslapen of toch wel wat schrik heeft van het nachtspel. Zo kan de leiding ook aangeven wanneer er een speciale activiteit staat gepland, of wanneer ze vragen hebben hoe je zoon/dochter hier kan aan deelnemen. Zo wisselen jullie snel ideeën en ervaringen uit. Ook leuk om na een activiteit even terug te koppelen: De leiding deelt een leuke foto, jullie als ouder kunnen nog even aangeven hoe enthousiast je zoon/dochter thuiskwam.
  • De meeste vrijetijdsorganisaties willen graag inclusief werken, maar missen soms nog ervaring. Hierdoor kunnen de vaak jonge enthousiastelingen soms nog onzeker zijn. Het kan soms helpen om als ouder aan te geven dat je begrijpt als ze vragen hebben of twijfel en dat ze daarmee altijd bij jou terecht kunnen. Je hebt wellicht als ouder zelf ook vragen: Zal mijn kind enthousiast zijn na de eerste activiteit? Hoe ligt mijn kind in de groep? Hoe zal de leiding of trainer reageren als mijn kind het moeilijk heeft? Je kan je eigen onzekerheden ook delen met hen. Dit kan de start zijn van een transparante, eerlijke communicatie.

FAQ voor Vrijetijdsorganisaties

Neen, Steunpunt voor Inclusie is niet tegen doelgroepspecifieke vrije tijd. Wij vinden dat ouders en hun kinderen moeten kunnen kiezen voor een vrijetijdsbesteding die hen het beste ligt. Soms hebben kinderen en jongeren met een beperking nood aan contact met anderen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden. Dan moet een keuze voor doelgroepspecifieke vrije tijd uiteraard mogelijk zijn.

Het probleem is echter dat deelnemen aan inclusieve vrije tijd veel moeizamer verloopt dan deelnemen aan doelgroepspecifieke vrije tijd. Er is dus geen eerlijke keuze tussen de twee.

Ouders die nu willen kiezen voor inclusieve vrije tijd botsen op te grote drempels. Uit getuigenissen van ouders en vrijetijdsorganisaties kon Steunpunt voor Inclusie negen participatiedrempels blootleggen. Het volledige rapport kan je hier lezen.

  1. Ouders voelen zich alleen in hun keuze voor inclusie
  2. De vrije tijd van ouders is sterk verbonden met de vrije tijd van hun kinderen
  3. Ouders ervaren dat er geen gelijke keuze is tussen inclusieve en doelgroepspecifieke vrije tijd
  4. Ouders moeten overtuigen om hun kind in te schrijven
  5. Ouders ervaren bij organisaties een passieve invulling van inclusie
  6. Ouders, en organisaties, zoeken evenwicht tussen het informele karakter van vrije tijd en de nood aan duidelijke afspraken
  7. Ouders willen de zoektocht naar redelijke aanpassingen aangaan vanuit een gedeeld partnerschap met de organisatie
  8. Diversiteitsdenken i.f.v. de noden van kinderen en jongeren met een beperking wordt nog onvoldoende toegepast
  9. De complexiteit van verschillende factoren samen vraagt van ouders onredelijke inspanningen en mogelijkheden

Daarom werken wij bij Steunpunt voor Inclusie aan het toegankelijker maken van inclusieve vrije tijd zonder daarbij de waarde van doelgroepspecifieke vrije tijd te miskennen.

Mijn dochter met een ondersteuningsnood zou graag doorstromen naar de leiding.
Mijn zoon is 18 jaar, werkt graag met kinderen en is erg creatief. Kan hij bij de jeugdbeweging een engagement opnemen?
We krijgen als organisatie de vraag of een jongere met ondersteuningsnoden ook in de leidingsploeg kan komen. Hoe pakken we dat aan?

Tuurlijk kan dat!

Op zoek naar andere voorbeelden, inspiratie en tips&tricks? Neem alvast een kijkje op de websites hieronder. Deze organisaties hebben hier al ervaring mee.

Of neem contact op met ons, dan bekijken we jouw specifieke vraag en gaan samen op zoek!!

Dat is voor ons duidelijk: bij de ouders! Ga als eerste steeds te rade bij de ouders of opvoedingsverantwoordelijke, zij kennen het kind het beste.

Objectieve informatie over bepaalde diagnoses of beperkingen kan interessant zijn, maar dat is een theoretisch kader. Om inclusief te werken en te zorgen dat élk kind ten volle kan meedoen, moet je naar elk individueel kind kijken: Waar is dit kind goed in? Wat zijn de sterktes en talenten? Waar heeft dit kind ondersteuning bij nodig? Hoe kunnen we dit waarmaken? Hoe past dit binnen onze werking? Wat of wie hebben we hiervoor nodig? Hoe zorgen we dat dit kind wordt opgenomen in de groep, samen kan spelen?

Op al die vragen hebben ouders vaak al antwoorden klaar vanuit andere contexten of ervaringen (op school, in een andere hobby, van thuis, …) Ga dus zeker met hen in gesprek. Ouders denken vaak graag mee, ze zijn vaak blij om te horen welke vragen of twijfels die bij jullie leven. Zo kunnen ze hun tips of ervaringen meegeven. Maak ook ruimte om te vragen wat de twijfels of onzekerheden zijn bij de ouders. Ook jullie kunnen hen gerust stellen, daarom niet met een pasklaar antwoord, maar als je kan aangeven dat jullie bereid zijn om samen met hen te zoeken hoe hun kind kan meedoen!

Geraken jullie er samen niet uit? Kunnen jullie nog inspiratie gebruiken? Of loopt de communicatie tussen jullie en de ouders niet helemaal zoals gehoopt?
Neem dan zeker eens contact met ons op: astrid@oudersvoorinclusie.be 

Hoe zorg je ervoor dat inclusie in het DNA van je organisatie komt te zitten? Dat kan alleen maar als elke medewerker en vrijwilliger ondergedompeld wordt in ervaringen, informatie en inspiratie over inclusie. Je organisatie kan een fantastische diversiteitsmedewerker hebben, maar als die de inclusieve visie niet kan doorgeven aan elke enthousiasteling binnen jullie organisatie, wordt inclusie omzetten in de praktijk een lastige opgave!

We geven enkele tips en handvaten voor de vorming van jullie vrijwilligers of medewerkers:

  • Met 1 workshop of sessie over inclusie, ga je eigenlijk aan je doel voorbij. Inclusie is een proces en zit doorspekt in elke activiteit, communicatie, infomoment of kamp. Probeer dit in je vorming dus ook in elke sessie mee te nemen. Zo ontwikkel je bij al je vrijwilligers de ‘inclusiereflex’.
  • Inclusie in de praktijk omzetten vraagt meer dan informatie over beperkingen meegeven. Inclusie gaat over: Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat elk kind kan meedoen, vanuit zijn sterktes en talenten? Wat is onze rol hierin als animator, als trainer? Welke redelijke aanpassingen kunnen wij voorzien zodat dit kind ten volle kan meedoen? En wat is ten volle meedoen, moet elk kind dan door het bos rennen of kan iemand ook kampbewaker zijn?
  • Als organisatie ‘krijg’ je jouw groep kinderen of jongeren, met alles erop en eraan, en daarmee ga je aan de slag. Het is dus jullie uitdaging om de activiteiten zo aan te bieden dat elk kind uit de groep kan meedoen!
    • Geef je een workshop over een weekprogramma opstellen? Neem dan mee dat er diversiteit is in de groep kinderen: Hoe zorg je voor een variatie aan activiteiten waar elk kind eens zijn talenten kan tonen? Hoe zorg je dat kinderen met een ondersteuningsnood ook aan elke activiteit kunnen meedoen?
    • Komt er een workshop aan bod over communicatie? Neem dan zeker mee dat ouders belangrijke bondgenoten zijn: Zij kennen hun kind het best en kunnen waardevolle informatie meegeven aan de trainer/leiding. Hoe zorgen jullie voor een vlotte communicatie? En hoe gaan jullie communiceren met de kinderen, bv. over het programma van de dag? Hoe zorg je dat dit voor alle kinderen duidelijk is? Bv. met dagschema met afbeeldingen, maar ook door het mondeling te overlopen na het ontbijt?
    • In een workshop over groepsvorming kan je werken rond ieders talenten en rond anders-zijn. Hoe ga je aan de slag met je kennismakingsspelletjes? Hoe zorg je dat ieder kind zijn plek krijgt in de groep?
  • Hoe gaan jullie in de organisatie om met animatoren/trainers met een beperking of ondersteuningsnood? Hoe kunnen zij mee aansluiten bij de vormingen die jullie organiseren? Hoe zorg je dat zij worden opgenomen in de leidingsgroep?

We geven graag enkele inhoudelijke kaders mee die je kan gebruiken in vorming:

 

 

Heb je nog vragen of zoek je input voor jouw vorming? We denken graag met je mee. Neem contact op met astrid@oudersvoorinclusie.be