In het zoeken naar antwoorden waar ouders mee aan de slag kunnen, merken we dat die antwoorden ook best veel druk of “werk” leggen bij ouders.
We willen geen eenrichtingsverkeer stimuleren, integendeel. Een constructieve, evenwichtige en gelijkwaardige samenwerking tussen ouders, onderwijs- en andere betrokkenen is een belangrijk streefdoel, in onze ogen.

Hou rekening met wat voor jou als ouder praktisch haalbaar is: afstand, vervoersmogelijkheden, mogelijkheden voor naschoolse opvang,…

Maak een keuze op basis van het pedagogisch project van een school: kan je je vinden in de visie van de school of scholengroep? Heb je informatie over hoe de school zorg organiseert? Op de website van een school, via andere ouders, op een opendeurdag of tijdens een verkennend gesprek, kan je hier alvast meer over te weten komen.

Neem ruim de tijd, indien mogelijk, om een school te zoeken. Dat geeft jou als ouder ruimte om echt te kiezen, en geeft de school mogelijkheden naar groeien in de mindset, samen afspraken maken en voorbereidingen treffen.

Zijn er in jouw gemeente registratiesystemen voor toekenning van een school? Neem deel aan de procedure zoals de anderen. Plan dus ook gerust een (aantal) verkennende gesprek(ken), en baseer je keuze (top 3 of meer) op hoe deze gesprekken verlopen.

Een verkennend gesprek geeft zowel jou als ouder, als de school, de mogelijkheid om een goed beeld te krijgen.

Denk op voorhand na wat je wil vragen aan de school. Bijvoorbeeld: hoe organiseren ze de zorg voor leerlingen? Is er ervaring met individuele trajecten? Hoe gaat de school om met pesten? Hoe wordt er geëvalueerd? Maak ook reeds je verwachtingen duidelijk.

De school zal willen weten welke specifieke onderwijsbehoeften jouw kind heeft en hoe ze daar aan tegemoet kunnen komen. Soms heb je daar als ouder reeds antwoorden op, vaak is dat net een zoektocht waar je de school als partner in wil betrekken. Geef gerust al suggesties mee, of stel voor om bij uitwisseling met een vorige leerkracht voor indien dit kan inspireren.
Vaak willen scholen ook je motivatie voor inclusief onderwijs en de voorgeschiedenis van je kind kennen. Geef aan wat je (in een eerste gesprek) kwijt wil.

Benadruk ook de sterktes en mogelijkheden: wat doet je kind graag, wat kan je kind goed, waarin heeft je kind veel interesse,…

Je kan eventueel een vertrouwenspersoon meenemen naar een eerste gesprek met een school. Bijvoorbeeld een therapeut, een thuisbegeleider, een begeleider uit de kinderopvang, een medewerker van het Steunpunt voor Inclusie,…

Neem je je kind mee of niet? Als je ervoor kiest om dit bij een eerste gesprek nog niet te doen, neem eventueel een foto of kort filmpje mee dat een goed beeld geeft. Het is voor een school fijn om te weten over wie het gaat.

In een eerste gesprek kan niet alles gezegd en afgesproken worden, maar een basis aan vertrouwen en eerlijke communicatie wordt daar reeds gelegd. Leg vast hoe jullie verder afspreken.

Plan je op verschillende scholen een gesprek? Probeer dezelfde zaken te bespreken. Dat laat je toe om te vergelijken.

Ga na op welke grond jouw vraag tot inschrijving geweigerd wordt.

– Voldoet je kind niet aan de toelatingsvoorwaarden?
– Is er geen plaats meer in de school?
– Vermoed men dat je kind afwisselend naar twee verschillende scholen gaat?
– Werd je kind er uitgesloten als tuchtsanctie?
– Zijn er specifieke afspraken binnen het Lokaal Overlegplatform (LOP) naar aanleiding van een tuchtsanctie op een vorige school? Meer info over wat het LOP doet lees je hier.
– Heeft je kind een verslag M-decreet, en oordeelt men na afweging van de proportionaliteit van de redelijke aanpassingen, om de inschrijving te ontbinden (ongedaan maken)?

Voor kinderen met een gemotiveerd verslag geldt een onverkort inschrijvingsrecht. Dit betekent dat een school niet mag weigeren omwille van dat gemotiveerd verslag. Je hebt als ouder dus het recht om in te schrijven.

Voor kinderen met een verslag M-decreet is er de inschrijving onder ontbindende voorwaarden. Dit betekent dat tot 60 dagen na de start van de lessen de inschrijving voorwaardelijk is. Lees meer op deze pagina.

Een school kan (zonder veel woorden) te kennen geven dat ze je kind niet willen inschrijven. Dit noemen we weigeringen onder tafel. Probeer helder te krijgen waar de weerstand mee te maken heeft.

– Kan je zelf nog vragen beantwoorden?
– Heeft de school nood aan andere ondersteuning? CLB, pedagogische begeleidingsdienst of Steunpunt voor Inclusie kan hier mogelijk een rol spelen.

Indien een school jouw kind weigert, dient ze jou een officieel formulier te bezorgen: “Mededeling van niet-realiseerde inschrijving of ontbinding van een inschrijving”. Dring daar gerust op aan. Hoe dit formulier er uitziet kan je hier bekijken.

Je kan bemiddeling aanvragen bij het LOP binnen de 10 dagen nadat je de mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving kreeg. Ligt de school buiten een LOP-gebied, contacteer de provinciale bemiddelingscel. Contactgegevens van een LOP kan je hier terugvinden.

Je kan klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten als je niet akkoord bent met de weigering tot inschrijving of als je vermoed dat de ontbinding niet correct is verlopen. De contactgegevens en meer info over de Comissie inzake Leerlingenrechten vind je hier.

Lees meer op https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/mag-een-school-weigeren-om-mij-in-te-schrijven

Contacteer gerust een medewerker van Steunpunt voor Inclusie met je concrete vragen.

Lees hier meer over inschrijven met een verslag M-decreet in het gewoon onderwijs.

Bespreek dit met de leerkracht(en), zorgcoördinator/leerlingbegeleider. Ervaren zij ook dat jouw kind meer ondersteuning nodig heeft?
– Probeer heel concreet te tonen waar je kind op vastloopt en geef aan wat jij daarvoor als oplossing ziet.
– Betrek eventueel ook je CLB-medewerker en stuur aan op overleg over wat er bijkomend nodig is.
– Brainstorm samen over manieren waarop jullie kunnen tegemoet komen aan de noden van de leerling. Denk in eerste plaats aan redelijke aanpassingen.
– Is er reeds een ondersteuner betrokken?
o Het kan goed zijn dat voor jouw kind nog niet de maximale “ondersteuningstijd” werd ingezet. CLB-medewerker en ondersteuner hebben zicht op de mogelijkheid tot eventuele uitbreiding.
o Het aantal uren dat maximaal kan worden ingezet vanuit Onderwijs om een leerling in het gewoon onderwijs te ondersteunen ligt vast. Meer info daarover vind je in dit nieuwsbericht.
– Is er nog geen sprake van ondersteuning uit het ondersteuningsnetwerk?
o Bespreek met de CLB-medewerker of deze vraag de start van een handelingsgericht diagnostisch traject kan zijn. Daarin wil CLB beter zicht krijgen op het functioneren van de leerling binnen zijn context, om samen met leerling, ouders, schoolteam, CLB,… het aanbod beter af te stemmen op de zorgvraag.
– Soms liggen er mogelijkheden in het werken met vrijwilligers, stagiairs, therapeuten die tijdens de schooluren komen. Bekijk samen wat interessant en haalbaar is.

Probeer de agendapunten vooraf helder te krijgen. In veel teams is het de gewoonte dat een tiental dagen voordien een mail wordt gestuurd om agendapunten van iedereen te verzamelen. Neem dit als ouder gerust in handen, of spreek duidelijk af als je dit van je ondersteuner verwacht. Hetzelfde geldt voor het overleg zelf: goede afspraken vooraf maken goede vrienden.

– Wie leidt het overleg?
– Wie noteert? Vraag nadien steeds (een kopie van) het verslag van het overleg
– Hoeveel tijd is er?
– Hoeveel mensen zullen aanwezig zijn?

Het doelenplan, of IAC-plan is een houvast op een overleg.

– Voor welk doelen gaan we dit schooljaar en hoe werken we daar aan?
– Wie doet wat?
– Wat mag wegvallen, wat krijgt een andere invulling?
– Wat gaan we uitproberen?
– Wat loopt goed en houden we vast?
– Zijn er moeilijkheden?

De insteek voor een overleg is vaak een “probleem”, iets dat niet lukt, waar de leerling tegenaan loopt,… Het is belangrijk om hier over te spreken en naar mogelijke oplossingen zoeken, maar enkel een focus op wat moeilijk loopt mag niet overheersen. Kan je een team suggereren om telkens te vertrekken uit sterktes en talenten, en hoe die te benutten en versterken?

Probeer ook terug te kijken, te evalueren en bij te sturen:

– Werken de aanpassingen die we maakten en blijven ze nodig?
– Lukte het voor de betrokkenen om te doen wat afgesproken was?
– Hoe ervaart de leerling een nieuwe aanpak of aanpassing?

Toegang, inzage en verbeterrecht van leerlinggegevens op school

Scholen verzamelen heel wat gegevens m.b.t. hun leerlingen. Het decreet Rechtspositie leerlingen bepaalt dat ouders inzagerecht hebben, en ook recht op toelichting bij de gegevens van hun kinderen.
Ouders hebben recht op een kopie van deze gegevens. Vanaf 25 mei 2018 mag er voor deze kopie geen vergoeding meer gevraagd worden. Een kopie mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt. De informatie mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.
Ouders kunnen hun verbeterrecht gebruiken om “objectieve gegevens” te laten aanpassen (vb. naam, adres,… ). Wanneer je “subjectieve gegevens” in een leerlingendossier wil laten aanpassen, blijft de verbetering vaak beperkt tot een vermelding dat de leerling (of de ouder) het gegeven betwist.

Bronnen: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13199

en https://www.ikbeslis.be/ouders-leerkrachten/privacy-op-school/het-leerlingendossier

Toegang, inzage en verbeterrecht in het multidisciplinair dossier van het CLB

Elke persoon die in het dossier vermeld wordt, heeft toegang tot de gegevens die hemzelf betreffen. Voor de toegang tot de medische gegevens geldt de wet betreffende de rechten van de patiënt.
Het recht op toegang verkrijg je door inzage in het dossier. De inzage vindt steeds plaats onder begeleiding van een CLB-medewerker (onder de verantwoordelijkheid van de directeur van het CLB), die ook de nodige uitleg kan geven. Wanneer het gaat over gegevens m.b.t gezondheid zal een arts of verpleegkundige de informatie duiden.
De inzage vindt na het verzoek uiterlijk binnen tien werkdagen plaats, zoals vermeld in artikel 11 van het decreet betreffende de leerlingenbegeleiding. Bij een inzage kan men het papieren dossier zelf inkijken of het elektronische dossier bekijken op het computerscherm.
De bekwame leerling, of de ouders van de niet-bekwame leerling, hebben het recht om het dossier aan te vullen en mogen hun versie geven van de feiten, vermeld in het dossier.
Bron: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=15157

Verder…

Heb je een specifieke vraag rond rechten m.b.t. privacy en inzage van leerlinggegevens? Contacteer https://www.vlaanderen.be/nl/onderwijs-en-wetenschap/op-school/rechten-en-plichten-op-school
Info op de website van de gegevensbeschermingsautoriteit (voormalige Privacycommissie): https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/faq-themas/recht-van-toegang

Speciale onderwijsleermiddelen?

Speciale onderwijsleermiddelen zijn hulpmiddelen voor leerlingen, studenten en cursisten met een functiebeperking in het gewoon basisonderwijs, gewoon secundair onderwijs (ook duaal leren!), hoger onderwijs en volwassenenonderwijs.

We baseren ons op de info op https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/SOL

Waarover gaat het precies?

– Omzettingen of aanpassingen van leerboeken of studiemateriaal

o Voor een visuele of andere beperking: omzetting naar (digitale) braille, naar (digitale) grootletterdruk of vergrotende kopieën
o Tolken voor doven en slechthorenden: een aantal uren ondersteuning van een tolk Vlaamse Gebarentaal, een aantal uren ondersteuning van een schrijftolk

– Technische apparatuur (basis- en secundair onderwijs)

o Brailleleesregels, leesloepen voor een visuele beperking
o Aangepaste tafels en stoelen voor een fysieke of visuele beperking

– Kopieën van notities van medeleerlingen, -studenten, -cursisten

o Voor een auditieve beperking

Wie vraagt de financiering aan?

In het basis- en secundair onderwijs: de directie van een school. Een van de ouders moet de aanvraag mee ondertekenen, of de meerderjarige leerling zelf. De aanvraag gebeurt bij:

Agentschap voor Onderwijsdiensten
Cel Speciale Onderwijsleermiddelen
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel

Ook een hogeschool of universiteit, een centrum voor volwassenenonderwijs en een centrum voor basiseducatie kunnen financiering aanvragen voor hun studenten of cursisten met een functiebeperking.

Wat mijn kind nodig heeft, hoort daar niet bij…

Gaat het over handicap-specifieke hulpmiddelen?

Bekijk deze pagina van het VAPH voor meer info: https://www.vaph.be/hulpmiddelen/algemeen

Gaat het over didactische materialen die de dagdagelijkse lessen ondersteunen?

De school dient hierin te voorzien. Meer info op https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/ouders/kosten-en-schooltoelagen/wat-kost-naar-school-gaan/in-het-kleuter-en-lager-onderwijs/gratis-materiaal

“Ik zie wat jij niet ziet” lijkt vaak te passen bij hoe ouders de meerwaarde van de leerkracht ervaren tegenover hoe de leerkracht dit zelf aanvoelt. Om dit in beweging te brengen, geven we twee tips mee.

  1. Het leren van je kind zichtbaar maken…

Met de eindtermen en leerdoelen die alle leerlingen moeten halen in het achterhoofd, is het niet altijd simpel om groei en kleine stapjes te zien in de ontwikkeling van kinderen of jongeren die een individueel aangepast curriculum volgen. Om die andere manier van kijken te stimuleren, kan het helpen om

  • regelmatig te benoemen welke (kleine) stappen jij ziet bij je kind. Wat zie je thuis dat duidelijk op school werd aangebracht?
  • vaak te spreken over de concrete doelen die jullie voor ogen hebben, en de (tussen)stappen die je bij je kind ziet aan die doelen te verbinden.
  • op overlegmomenten (opnieuw) terug te koppelen over de (kleine) evoluties die je ziet. Zo zijn andere betrokken ook gericht op de essentie van het traject, nl. de individuele doelen.

Leerkrachten zijn vaak gewend om voornamelijk te focussen op cognitieve doelen. Vaak zijn de sociale interacties en het sociaal emotioneel leren een even belangrijk deel van (de keuze voor) inclusief onderwijs. Door zelf veel feedback te geven over de contacten en vriendschappen met klasgenoten en andere leerlingen op school, toon je de waarde ervan.

2. Het aandeel van de leerkracht in de verf zetten…

Wanneer een leerling door verschillende mensen (in de klas) ondersteund wordt, hebben leerkrachten vaak niet (meer) het idee dat dat zij “ertoe doen”. Je kan als ouder ook

de andere betrokkenen die in de klas ondersteunen, of die buiten de school aan de slag zijn met je kind, aanmoedigen om feedback te geven over wat ze zien dat je kind meeneemt uit de lessen, de band die ze zien tussen je kind en medeleerlingen, de leerkracht,…

nagaan hoe je kind zelf kan tonen aan, of delen met, de leerkracht wat het leerde. Kan de leerkracht op meerdere manieren van het kind te weten komen wat het leert in de klas en school?

Wie zit mee aan tafel waarmee je een goede klik hebt? Het kan helpen om met deze persoon de vergadering of het overlegmoment voor te bereiden. Dat kan maken dat je je sterker voelt op het overleg.

Andere partners die in de opvoeding en scholing van je kind betrokken zijn, zoals therapeut, thuisbegeleider, brugfiguur,… kan je ter ondersteuning mee aan de overlegtafel uitnodigen. Kondig dit vooraf aan.

Medewerkers van Steunpunt voor Inclusie kunnen je ondersteunen voor, tijdens en bij de opvolging van overlegmomenten. Contacteer ons ruim op voorhand met je vraag, zodat we samen kunnen verkennen hoe we jou best kunnen ondersteunen.

Communicatie met de betrokken partijen is essentieel voor een geslaagd inclusietraject. Maar dat is niet steeds gemakkelijk.

  • Heb je het gevoel dat je mis begrepen wordt, of loopt de communicatie met de leerkracht(en) moeilijk? Naast andere betrokkenen op school, zoals zorgcoördinator/leerlingbegeleider, ondersteuner, directie, coördinator ondersteuningsnetwerk, is je CLB-medewerker de persoon bij uitstek die kan zoeken hoe de neuzen in dezelfde richting kunnen wijzen.
  • Is de situatie vastgelopen over het niet maken van redelijke aanpassingen? Dan kan je ook bij Unia te rade voor bemiddeling. Lees meer op https://www.unia.be/nl/actiedomeinen/onderwijs/discriminatie-in-het-onderwijs-melden
  • Gaat de onenigheid over de inhoud van een gemotiveerd verslag, bespreek dit dan met de CLB-medewerker. Je kan je klacht formuleren aan de directeur van je CLB indien jullie er niet uit geraken.
  • Is de inhoud van het verslag M-Decreet de reden van conflict? Je kan terecht bij de Vlaamse Bemiddelingscommissie. Op deze link lees je welke stappen je moet volgen: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/vlaamse-bemiddelingscommissie
  • Heb je het gevoel geen medestander(s) te vinden in deze mensen? Steunpunt voor Inclusie kan luisteren, meedenken en bemiddelen.

Elke aanpassing die tegemoet komt aan de beperking is in se redelijk. Of het geheel van de aanpassingen proportioneel is of niet, kan beoordeeld worden. Daarvoor zijn criteria:

  • de financiële impact van de aanpassing
  • de frequentie en duur van het gebruik van de aanpassing
  • de impact op de organisatie
  • de impact op de omgeving en de andere leerlingen
  • de impact op de levenskwaliteit van de leerling
  • het ontbreken van gelijkwaardige alternatieven
  • het niet naleven van geldende maatregelen of wettelijke verplichtingen

Deze criteria moeten in samenhang bekeken worden, in overleg met alle betrokkenen. Lees in detail na via o.a. https://www.unia.be/files/Documenten/Publicaties_docs/Kwaliteitsvol_inclusief_onderwijs_in_belang_kind.pdf

Als er weerstand komt om een aanpassing te maken, is het goed om zoveel mogelijk in detail te zoeken wat maakt dat men de aanpassing als onredelijk ervaart.

Soms helpt het om terug te keren naar de start. Redelijke aanpassingen maken een brug tussen de persoon (A) en de verwachtingen van de omgeving (B). Welke mogelijkheden zijn er om van A naar B te gaan?
Volgende criteria zijn richtinggevend in het overleg:

  • Een redelijke aanpassing moet tegemoet komen aan de ondersteuningsbehoeften of specifieke onderwijsbehoeften van een kind of jongere.
  • Het doel van de redelijke aanpassing is dat de leerling kan deelnemen aan de taak, activiteit, het lesgebeuren, de uitstap van de groep.
  • De redelijke aanpassing is gericht op het verhogen van zelfstandigheid.
  • Ze moet de veiligheid en waardigheid van de leerling garanderen.
  • Sluit de aanpassing aan op de voorkeuren van de leerling?

Tips:

  • Laat je inspireren door ouders en scholen die vergelijkbare zoektochten hebben afgelegd.
  • Laat een “buitenstaander” dit gesprek ondersteunen, vb. iemand pedagogische begeleidingsdienst,… Dit kan nieuwe inzichten geven.
  • Hoe meer ideeën er komen, hoe beter. Het kan helpen om een brainstormtechniek te gebruiken. Lees meer op bijv. http://www.planp.be/.
  • Verken hulpbronnen die al in de klas of op de school aanwezig zijn om de aanpassing vorm te geven.
  • Probeer tot heldere afspraken te komen:
    • Wie doet wat om deze aanpassing te realiseren?
    • Wanneer wordt een aanpassing geëvalueerd en bijgestuurd?

Kan je de leerling zelf bevragen? Kunnen leerling en klasgenoten samen nadenken? Niet alleen de uitkomst van een gesprek is waardevol, maar ook het proces van samen met de groep te denken over wat elke leerling nodig heeft, geeft zuurstof aan de klas-als-groep.

Wat kan je als ouder(s) meegeven dat werkt in het gezin? Hoe ga je thuis aan de slag bij huistaken, met regels, in het spelen tussen broers en zussen,…

De ondersteuner kan collega’s aanspreken om nieuwe ideeën aan te brengen. Ook als er (nog) geen ondersteuner actief is, kan het ondersteuningsnetwerk aangesproken worden om advies te formuleren bij een vraag. Elk ondersteuningsnetwerk heeft een aanspreekpunt voor ouders.

De CLB-medewerkers kunnen meedenken en putten uit ervaringen in andere situaties. Hetzelfde geldt voor de competentiebegeleider van de pedagogische begeleidingsdienst. CLB-medewerker kan zowel door ouder als door school aangesproken worden. De pedagogische begeleidingsdienst kan enkel door de school ingeschakeld worden.

Grootouders, brussen, PAB-assistent, leider in vereniging of trainer uit sportclub, therapeut (logopedist, kinesist,…), kortom: wie vaak (buiten de school) aan de slag is met jouw kind kan vaak verfrissende tips geven. Wat bij hen “werkt”, kan een startpunt zijn om een nieuwe aanpassing vorm te geven en uit te proberen.

Een doorverwijzing kan niet zomaar. Aan een doorverwijzing naar het Buitengewoon Onderwijs moet een handelingsgericht diagnostisch traject van CLB vooraf gaan. Dit traject omvat o.a. observaties, verschillende gesprekken met de betrokkenen, eventueel diagnostische vragenlijsten of testen,… De CLB-medewerker betrekt jou als ouder in dat traject en bespreekt ook de uitkomst. Vraag uitleg aan je CLB-medewerker als je hier meer info over wil.

Als uitkomst van een handelingsgericht diagnostisch traject zal in overleg afgesproken worden hoe men verder de zorg voor je kind zal organiseren:

  1. De school kan zelf, op een andere manier en met andere kennis, adviezen, e.d. aan de slag.
  2. Of, er wordt een gemotiveerd verslag opgesteld. Dat geeft zicht op welke redelijke aanpassingen nodig zijn en welk soort ondersteuning nodig is om aan de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling tegemoet te komen. Er wordt beroep gedaan op personeel van een ondersteuningsnetwerk. De ondersteuner werkt leerlinggericht, klasgericht of teamgericht, om samen met leerkracht(en) en zorgcoördinator/leerlingbegeleider te zorgen dat de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum kan bijleren en eindtermen kan halen.
  3. Als duidelijk blijkt dat het gemeenschappelijk curriculum niet (meer) haalbaar is, ondanks redelijke aanpassingen en ondersteuning, wordt een verslag M-Decreet opgesteld. Daarmee kan je je kind inschrijven in het buitengewoon onderwijs, of kan het met een individueel aangepast curriculum les volgen in het gewoon onderwijs. Je hebt dus het recht om te kiezen voor inclusief onderwijs.

Heb je hierover een concrete vraag? Contacteer een medewerker van het Steunpunt.

Met een individueel aangepast curriculum (IAC) kan een diploma gehaald worden op voorwaarde dat de doelstellingen die opgenomen worden in het IAC gelijkwaardig zijn met de doelstellingen voor de andere leerlingen om het diploma te halen.

Wanneer een kind onderwijs volgt met een individueel aangepast curriculum (IAC) worden in overleg met de ouders, de leerkrachten, ondersteuners, het CLB, … individuele doelstellingen opgesteld waaraan die leerling zal werken tijdens zijn/haar onderwijsparcours. Om een diploma te halen moeten de doelstellingen van het IAC gelijkwaardig zijn aan deze van het leerprogramma van de andere leerlingen.  Het is de onderwijsinspectie die beslist of de doelstellingen al dan niet gelijkwaardig zijn.

LET op: Het is de school die de gelijkwaardigheid dient aan te vragen bij de onderwijsinspectie, en dit aan de hand van de volgende vier stappen.

  1. De klassenraad beslist om de gelijkwaardigheid van doelstellingen aan te vragen.
  2. De school dient vervolgens het verantwoordingsformulier in bij de onderwijsinspectie
  3. De onderwijsinspectie neemt een beslissing.
  4. De delibererende klassenraad beslist of de leerling de doelen van het IAC voldoende heeft bereikt.

Voor meer informatie over de te volgen procedure en/of deadlines per onderwijsniveau raadpleeg je best volgend document.
(Tip: neem dit document mee naar de school als hulpmiddel)

a) Een academie staat er niet alleen voor als leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zich willen inschrijven. De academie kan de hulp inroepen van de pedagogische begeleidingsdienst bij vragen over toegankelijkheid, redelijke aanpassingen, individueel aangepast traject,…

b) Van een academie wordt verwacht dat zij inspanningen levert om een leerling met specifieke onderwijsbehoeften het gemeenschappelijke curriculum te laten volgen. Samen met de leerling, ouders, leerkracht(en) en directeur wordt gezocht naar redelijke aanpassingen om te kunnen participeren en de beoogde competenties te kunnen verwerven. Voor leerlingen die beschikken over een gemotiveerd verslag in het leerplichtonderwijs, of erkend zijn als persoon met een handicap, kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen. De leerlingen volgen dan bepaalde vakken gedeeltelijk (minder lestijden) of helemaal niet. Ze verwerven wel alle basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie en blijven dus binnen het gemeenschappelijke curriculum. De academie bundelt in een gemotiveerd dossier het gemotiveerd verslag of een attest met erkenning van de handicap, de eventuele aanpassingen aan het lessenrooster,… Op die manier is de academie in orde wat betreft de inspectie of verificatie. De aanpassingen hebben geen gevolgen voor de regelmatigheid van de leerling of zijn financierbaarheid.

c) Voor sommige leerlingen zal een individueel aangepast curriculum nodig zijn. Dan bekijken de leerkrachten en directeur samen in een gesprek met de leerling en zijn ouders welke basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie haalbaar zijn. Indien nodig kan de academie een aangepast lessenrooster samenstellen, eventueel kan de leerling aansluiten bij een andere graad of leerjaar. Op basis van het gesprek schrijven de directeur en betrokken leerkrachten een motivatie om over te gaan tot een individueel aangepast curriculum. Het motivatiedocument is in de academie beschikbaar voor de verificatie en de inspectie, die hierop tijdens de doorlichting een kwaliteitstoets uitvoert. Dat motivatiedocument wordt gebundeld in een administratief dossier, samen met (een verwijzing naar) het verslag, of een attest van een overheid met de erkenning van de handicap. Leerlingen met een individueel aangepast curriculum doorlopen de verschillende graden en leerjaren zoals leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum volgen. Hoewel de doelen volledig op maat van de leerling uitgetekend worden, moeten ze een relatie moet blijven houden tot het gemeenschappelijke curriculum. Aanpassingen op organisatorisch, pedagogisch en didactisch vlak zijn aangewezen. De leerling ontvangt een leerbewijs op het einde van elke graad van een langlopende studierichting of op het einde van een kortlopende studierichting. De leerling heeft in elke graad van elk domein de mogelijkheid om de opleiding met één extra leerjaar te verlengen.

d) Leerlingen met een beperking die in het leerplichtonderwijs een individueel aangepast curriculum volgen, hoeven niet per definitie in het DKO een individueel aangepast curriculum volgen. Het is perfect mogelijk dat voor sommige leerlingen hun beperking geen belemmering vormt om het gemeenschappelijk curriculum te volgen. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die ondanks redelijke aanpassingen niet goed kunnen functioneren in het gemeenschappelijke curriculum wel hebben recht op een individueel aangepast curriculum.

e) De academie kan leerlingen met een beperking niet zomaar weigeren om zich in te schrijven omwille van die beperking. Als de academie haar openheid tot overleg, haar oplossingsgerichte houding, haar inspanning om tot een zo objectief mogelijke afweging te komen (bv. door het betrekken van een onafhankelijke deskundige) kan aantonen, en ondanks deze inspanningen geen traject op maat kan aanbieden, kan ze overwegen om de leerling door te verwijzen naar andere opleidingsverstrekkers (zoals bijvoorbeeld muziektherapie, kunsttherapie, culturele verenigingen,…).

Bron: Omzendbrief Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het deeltijds kunstonderwijs, referentie DKO/2014/02.